Dag ma,
Over bewondering gesproken, zoals in jouw antwoord op mijn vorige brief. Vroeger deed ik altijd boodschappen op de stadsfiets met links en rechts een bananendoos in de NRC-tassen. Ik deed voor weken tegelijk bulkboodschappen, 40 kilo of meer was geen uitzondering. Geen probleem, zolang het gewicht in evenwicht is.
De laatste twee jaar ging ik altijd op de ligfiets met mijn driewielige hondenkarretje achter me aan. De stadsfiets werd me te zwaar. Vandaar ook dat ik dag-dagelijks veel liever op mijn vouwfietsje rijd. Dat weegt misschien de helft. Vandaag ging ik latex kopen bij Action op Hoog-Catharijne. Hoewel ik de stadsfiets vrijwel voor de roltrap had gezet, was het toch nog zeker 200 stappen lopen met twee emmers van zeker 20 kilo aan mijn armen. En dat met mijn wrakke lijf zonder conditie. Vanmorgen woog ik nog 70 kilo en kwam van 82. Het gaat weer wat beter, behalve geregeld eten. Ik heb de twee bussen latex thuis gekregen: links en rechts in de fietstassen. Toen ik eenmaal fietste, bleek het een makkie. Rustig aan, dan breekt het lijntje niet, in de lichtste versnelling. Weer thuisgekomen, was ik best verguld met mezelf. Ik doe van alles op de fiets, waar een ander een auto voor nodig heeft. Nicole bewondert me daarom ook en mijn kwinkslagen vindt ze vermakelijk.
Herman
Morgen nog even gele verfconcentraat kopen bij de verfwinkel en dan kan de schilder aan de gang; iemand die ik ontmoet heb in het café en 75 is. Herman vraagt 25 Euro per uur wat netjes is. Kocht ik twee grote bussen latex, belt hij af. Uit nood ben ik zelf maar een beetje aan de slag gegaan. Eén van de bussen kwam op z’n kant op de grond terecht en daardoor scheurde het deksel open. De tuin ziet er nu uit alsof de Witte Wieven een feestje hebben gevierd dat in ruzie is geëindigd, of dat er een gevecht is geweest om 20 pakken yoghurt. Waar moest ik de overgebleven 10 liter latex indoen tegen het uitdrogen? Jij bewaarde alles en ik haast niks, maar in de schuur lag een passend deksel. Hoe bestaat het dat ik die niet heb weggegooid ! Dat is nog eens strategisch bewaargedrag, ma.
Tranen om Bamboe
Terwijl ik stond te koken, moest ik ineens zo hartstochtelijk huilen, zoals ik in weken niet meer heb gedaan. Daarom kom ik niet graag mijn bed uit: alles en niets kan een prikkel zijn om tranen op te wekken en gek genoeg vloeien ze vaak tijdens het koken. Die routine vereist blijkbaar minder aandacht dan een boek lezen en zelfs minder dan tv-kijken of muziek luisteren. Deze keer huilde ik niet om jou, maar om Bamboe, mam, hoewel hij al dertig jaar dood is. Wat door me heen schoot, was hoe hij altijd rechtop ging zitten op schoot, om zich vervolgens in vol vertrouwen achterover te laten vallen om zich te laten opgevangen. Vervolgens lag hij dan volkomen tevreden, als een baby in mijn elleboog, Met de inslaapspuit al in zijn bloed, probeerde hij nog overeind te komen om zich veilig te wanen. Hij was voor weinig bang, zelfs niet voor vuurwerk, maar wel voor de dierenarts. Na al die jaren voel ik nog steeds hoe Bamboe zijn rug aanspande, voor de allerlaatste keer. Drie minuten later of misschien nog wel eerder, stopte zijn kapotte hart met bonken. Ik wist precies wanneer hij stilviel. Tegen de dierenarts zei ik iets als: ‘Het is voorbij, denk ik.’ Voor een buitenstaander vast heel triviaal dit, maar ik mis jullie zo verschrikkelijk, mam.
Liefs, Tuur
PS: Was met Asperger-Pieter bij een zogeheten ontmoetingsgroep. Aardige lui en net wat ik nodig heb, nu met jouw dood mijn hele sociale omgeving is weggevallen. Ik voelde me wel op mijn gemak, maar ik behoorde natuurlijk niet bij de groep. Ik heb het allemaal zo’n beetje aangezien met een Chouffie bij de hand. Er zat een vrouw tegenover me die op een gegeven moment haar armen voor de borst kruiste. Dus ik vroeg: ‘Heb je het koud?’ ‘Nee’, zei ze, ‘Nu vind je zeker dat ik een gesloten houding aanneem?’ ‘Communicatief gezien betekent het dat je op dit moment liever niet bij een gesprek betrokken wilt worden.’ ‘Klopt wel’, gaf ze toe. Verder passeerde er niet veel interessants. Ik begreep ook niet echt, waarom deze mensen elkaar opzochten. Ze ontmoetten elkaar wel, maar vrienden waren het niet. Daardoor had ik de indruk dat ze alweer vergeten waren waarover het was gegaan op het moment dat ze van tafel opstonden. Het klonk mij allemaal nogal oppervlakkig en vrijblijvend in de oren. Aan zo’n ontmoetingsgroep zou ik me geloof ik niet willen verplichten, maar af en toe met Peter meegaan is denk ik wel goed. Mensen ontmoeten en daarvoor iets betekenen is mijn enige remedie. Hoewel ze jouw liefde nooit zullen evenaren, hoop ik dat het op een dag genoeg is.
Peter blijft een onnavolgbare gast. Hij wandelt, krakkemikkig als hij ter been is, 15 kilometer met stok, maar voor 900 meter van station naar kroeg neemt hij de bus, waarvan hij dan alsnog 300 meter moet lopen. Volkomen onpraktsch en tijdrovend. Daaraan heb ik me groen en geel geërgerd toen we samen in Düren waren om Uta te zien.