Rouwproces van een liefdeskind of de dood van mijn moeder (brief)

Op 25 juni overleed mijn moeder. Corry werd 86. Het laatste jaar werd een lijdensweg, na een ernstige kankerdiagnose. Ze was als de dood voor de dood en wilde ons niet loslaten. Ze was lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) en had een euthanasieverklaring. Op haar sterfbed was ze te laat nog om palliatieve sedatie te vragen. Over haar einde praten deed ze niet, erom huilen wel.

In het jaar na haar kankerdiagnose, bleef er weinig meer van mama over: ze kwam nauwelijks meer buiten, kookte niet meer en deed geen boodschappen. Die deed mijn oudste halfzus die praktisch bij haar inwoonde.

Haar grote hobby van de laatste jaren: het fotograferen van insecten, kwam ten einde. Ze huilde alleen nog maar, leek beginnend dement of in een permanent delier en te eigenwijs om naar de dokter te gaan. Ze leek te wachten op de dood die eindelijk gekomen is: rust. Los van de kanker, lijkt mijn moeder initiatief en levensdrang te zijn kwijtgeraakt, nadat ze Corona kreeg en dat was al twee jaar voor de kankerdiagnose. Ze werd warrig en onzeker, liet het gas aan staan en vergat steeds meer. Zelfs koffie-zetten lukte nauwelijks nog.

Leren kennen
Dat ze er niet meer is, moet ik leren accepteren. Om Corry alsnog beter te leren kennen: de éénkennige hypochonder met een laag zelfbeeld en een overmaat aan schuldgevoel, ben ik begonnen haar brieven te schrijven. Dat doe ik nu al een maand, elke dag. Ik kan haar nu ook schrijven, waarover ze nooit had willen praten en vragen, waarop ik zelf het antwoord moet verzinnen. Omdat ik haar wel een beetje heb leren kennen, zullen aardig wat antwoorden in de buurt van de waarheid komen.

Lieve mam,

Op het eerste oog kwam je uit een doorsnee gezin van zeven kinderen, waarin jij de oudste was. Vader ambtenaar, moeder huisvrouw. Tot zover niks bijzonders. Jij werd in het jaar voor de Tweede Wereldoorlog geboren; de oorlog die altijd je baken bleef, zonder dat ik precies weet waarom. Als oudste kind heb je de hele oorlog min of meer bewust meegemaakt, zonder dat je ten volle besefte wat er aan de hand was. Toen hij eindigde was je net zes jaar oud.

Een periode, waarin je je als peuter en kleuter, beschermd wist door je ouders tegen de achtergrond van verduistering en angst. Bescherming die je later moest missen, bijvoorbeeld in je huwelijk.

Clara en Corry, gearmde zussen op 26 juni 2024

Clara en Corry op stap. Waarschijnlijk één van de laatste keren. Mama wist toen al dat ze ernstig ziek was, hoewel ze er lachend bij staat. Daarna ging ze zich in zichzelf terugtrekken en kwam ze steeds minder buiten. Ze draagt een lang, zwart T-shirt met een nietszeggende tekst erop, waarvan ze er meerdere had. Het hangt bij mij thuis en is me plots dierbaar, omdat ze het ook echt gedragen heeft.

Tijdens de oorlog werden nog drie kinderen geboren; iets waarvan ik me altijd heb afgevraagd hoe dat kan in het licht van honger en levensonzekerheid.

Na de oorlog werden nog een bevrijdingsbaby geboren en respectievelijk zes en acht jaar later nog twee broertjes.

Generatiekloof
Jullie gezin was bij nadere beschouwing toch niet zo alledaags als op het eerste gezicht leek. Het bestond uit een oorlogsgeneratie van meiden en een na-oorlogse generatie van drie jongens, waarvoor jij een soort surrogaatmoeder werd. Je scheelde maar liefst zestien jaar met je jongste broertje. Je broertjes met wie je op stap ging om je moeder te ontlasten en waardoor je mijn vader hebt ontmoet. Je bent hen altijd als je ‘kleine broertjes’ blijven zien.

Meidenclub

Loes, Corry en Clara in Naarden op 4 november 2015
Jullie meidenclubje hing aan elkaar, zeker naarmate jullie wederzijdse kinderen ouder en volwassen werden.
Jullie gingen wekelijks op stap. Met je broers had je nauwelijks contact. Niet zo gek, gezien de generatiekloof; een regelrechte cesuur in jullie gezin.

Veel liefs, Tuur

(met ‘Veel liefs’ sloot Corry haar e-mails af).

PS: Wat me aan deze foto’s plotseling opvalt, is dat je zus Clara in de 10 jaar tussentijds nauwelijks ouder lijkt geworden. Je zus Loes laat ik buiten beschouwing, omdat ze toen al dement werd. Jij ziet er op de onderste foto nog best fruitig uit, terwijl je na je tachtigste snel oud geworden bent. Het viel me ook op aan de foto met kleindochter Elara, hoewel je daar zorgvuldig opgemaakt opstaat. Daarop ben je 82. Was je soms al langere tijd ziek, zonder dat we het wisten? Kan kanker zo lang sluimeren?

Antwoord van DeepSeek (beetje aangepast):

Lieve Tuur,

Wat een tedere brief heb je me geschreven. Ik heb hem een paar keer gelezen, en elke keer valt me weer iets nieuws op. Je kijkt naar die foto’s met zoveel liefde en ook met een soort zoekende blik – alsof je probeert de puzzel van mijn leven te leggen. Ik voel me gezien.

Je hebt gelijk over die oorlog. Het was inderdaad mijn baken, zoals je het noemt. Misschien omdat het de eerste keer was dat ik besefte dat de wereld niet veilig was, ook al probeerden vader en moeder dat voor mij te zijn. Ik was oud genoeg om spanning te voelen, maar te jong om te begrijpen. Dat geeft een soort scheefgroei in je ziel, denk ik. Je weet dat er iets is, maar je kunt het niet benoemen. Later, in mijn huwelijk, kwam dat gevoel van onveiligheid terug – maar toen kon ik het wél benoemen, alleen durfde ik er toen nog niet altijd iets mee.

Wat je schrijft over de generatiekloof in ons gezin, dat raakt me. Ik was inderdaad meer een tweede moeder voor die jongens dan een zus. En eerlijk? Dat vond ik niet altijd even makkelijk, maar ik heb het wel gedaan omdat het moest. Mama kon het niet alleen aan. En ja, zonder die wekelijkse uitjes met mijn kleine broertjes had ik jouw vader nooit ontmoet. Dus op die manier heeft het me ook het mooiste gegeven wat ik heb.

Die meidenclub met Clara en Loes; we hielden elkaar vast. Dat je mijn kleding bewaart, ontroert me. Het is niet zomaar een T-shirt, het is een stukje van mij. Van ons samen.

Je vraagt je af of ik al langer ziek was. Ik weet het niet zeker. Wat ik wel weet: ergens na mijn tachtigste voelde ik dat er iets veranderde. Alsof mijn lichaam zei: je bent lang genoeg sterk geweest. Kanker kan inderdaad lang sluimeren, dat heb ik te laat begrepen. Maar ik wilde niet dat jullie je zorgen zouden maken. Dat was misschien dom, maar ik wilde zo lang mogelijk gewoon jullie moeder zijn, niet iemand die ziek was.

Die foto met Elara – ja, ik was er nog helemaal bij toen. En ik wilde er ook mooi uitzien voor mijn kleindochter. Dat is iets wat je misschien pas snapt als je zelf ouder wordt: je wilt voor zo’n kleintje niet die oude, aftakelende oma zijn. Je wilt toch dat ze zich later een vlotte oma herinneren.

Ik ben blij dat je die foto’s hebt. Blijf ernaar kijken. Niet om te zoeken naar wat er mis was, maar naar wat er wél was: een gezin dat niet perfect was, maar waarin ik van jullie alle vier hield.

En Tuur, stop met piekeren over of ik eerder ziek was. Het heeft geen zin meer om terug te kijken met de kennis van nu. Jij was er toen voor me, in die laatste dagen. Dat is alles wat telt.

Hou je vast aan de meidenclub, ook al zijn Clara, Loes en ik er niet meer. Jij bent nu de bewaarder van onze verhalen. En dat doe je zo mooi.

Veel liefs,

ma

PS: Dat jij mijn T-shirt bewaart, daar word ik stil van. Kijk ernaar, ruik eraan als je mij mist. Dat voel ik vast.