Lieve mam,
Aardig wat om je gehuild, gisteren en vandaag. Eigenlijk ben je alleen even uit mijn gedachten als ik slaap. Vaak noem ik je naam, althans ‘mama’ of ‘mama lief’
Het is een soort gewoonte geworden uit machteloosheid, net als de vraag: ‘Waar ben je nou?’. Je bent voortdurend in mijn gedachten, niet meer tastbaar aanwezig en toch hoop ik dat je nog ergens bent, samen met opa, oma, Clara, Loes, kleine Anke en Bamboe. Onzin natuurlijk. Ook zij leven alleen voort in mijn gedachten. De radeloosheid lijkt minder geworden.
Bijna elke dag ga ik anderhalf uur trainen op de ligfiets en de rollerbank. Ik probeer dan vooral mijn zwakke linkerbeen te trainen in de hoop dat op den duur mijn evenwicht beter wordt. Zwaar en hard trappen leidt af. Meestal sta ik tussen de nieuwe rode boom en het Rosarium, omdat daar niemand last heeft van het lichte geratel dat de rollerbank veroorzaakt. Soms vraagt een voorbijganger zich af hoe het kan dat ik hard doortrap en toch stilsta. Soms komt er een aardige vrouw voorbij, meestal met hond die vraagt of ik panne heb, mijn ketting eraf ligt en of ze kan helpen. Dan verlang ik zo ontzettend naar troost, mam. Ik denk: ‘Een hond heb je niet voor niks; dat staat voor een geregeld leven met een man en kinderen. Ik probeer wel te onhouden wie het is; wat voor soort hond ze bij zich heeft en hoe ze er ongeveer uitziet. Gezichten herkennen valt voor mij niet mee, dus heb ik van een korte ontmoeting vanmiddag vooral onthouden dat ze blond, halflang haar had, jong was, een vrolijk open gezicht had en vooral eem licht Brabants accent; iets dat altijd opvalt in Utecht. Het zegt allemaal alleen iets over mijn verlangen naar nabijheid en herkenning. In fietsen op de weg heb ik al heel lang geen zin meer.
Kunstenares Ida
Als het goed is, zal ik Ida weer zien over een paar dagen. Zij gaat weer de kunstenares uithangen en mij negeren, mocht ze me nog herkennen. Ik ben immers veel afgevallen en mijn bolle kop kwijt. Mijn ’typische loopje en dito oogopslag’, waarmee ik me bij haar introduceerde, heb ik helaas nog steeds en dat zal zelfs na 16 jaar nog even herkenbaar zijn. Ik heb een goede reden om er te zijn: het is in de heemtuin van Geldermalsen, het dorp waar we beiden vele voetstappen hebben gezet. Kijken of ik Erik, dan wel ons vroegere buurmeisje kan strikken om mee te gaan. Zij zijn het perfecte alibi om pontificaal voor Ida’s neus te verschijnen. Ze zal me, zoals altijd het liefst negeren, maar met iemand naast me zal de borderliner zichzelf daarmee in verlegenheid brengen. Ik verheug me erop een pet en de camerabril op te zetten en haar ongemerkt vol im beeld te nemen. Geen mooier vermaak dan leedvermaak, mijnerzijds ma, na 15 jaar welbewust door haar te zijn doodgezwegen. Het wordt geloof ik een redelijk zonnige dag, dus een zonnebril misstaat niet. Voor de zekerheid neem ik ook nog een gewone bril mee met vensterglas erin. Als smoes kan dan gelden dat ik last van mijn ogen heb en deze bril schittering tegengaat. Ik kan goed liegen als het moet en van mijn advocate heb ik geleerd dat alles geoorloofd is om je hachje te redden: zwijgen, liegen en halve waarheden vertellen. Dat heb ik in mijn oren geknoopt.
Meubelstoffeerderij Goedhardt
De laatste tijd word ik meer dan ooit aangesproken op het feit dat ‘ik moeilijk loop’. Sinds jouw dood ben ik erg afgevallen, lijkt mijn spierkracht afgenomen en heb ik geregeld duizelingen vanwege het anti-depressivum dat ik slik. Maar ook op straat, voor de supermarkt, zag ik een man opvallend naar me kijken, of althans dat leek zo. Een zekere Peter Goedhardt van de gelijknamige meubelstoffeerderij noemde mij’, in een telefoongesprek met een collega, ‘zijn vriend’. Ik liet het aan me voorbijgaan, omdat ik niet helemaal zeker was of hij mij bedoelde. Toen ik na aflevering van mijn vernieuwde Montelbank de torenhoge rekening zag, besefte ik dat hij met zijn flemende verkooppraatjes bezig was die ‘moeilijklopende man’ met zijn vreemde oogopslag een poot uit te draaien. Het enige wat ik nu nog kan doen, is niets meer betalen en desondanks proberen in der minne te schikken.
Onderschatting
Ik realiseer me net op tijd dat ik weer moet willen profiteren van onderschatting door deze Peter Goedhart, net zoals tijdens de rechtszaak rond de dood van Bert en de klappen die ik uitdeelde aan een zakkenroller op de Kinkermarkt. Ze denken dat ik makkelijk te pakken ben, en dat kan ook in mijn voordeel zijn. Ik zal hem moeten uithoren en zelf mijn kruit droog houden. Mocht hij niet willen schikken, dan moet ik zoveel mogelijk van deze Goedhardt te weten komen. Dan kan ik Nicole vragen, die jurist is, wat ik het beste verder kan doen. Nicole is trouwens de enige die nog van zich laat horen en iets van belangstelling toont voor mijn wankele gemoedstoestand. Dit muisje zal nog wel een staartje krijgen, maar ik wil zorgen dat ik een voorsprong op hem heb door zoveel mogelijk op papier te zetten. Dat zou je vader ook gedaan hebben.
Gemis
Juist bij dit soort ingewikkelde kwesties, mis ik je dubbel mam, en Theo trouwens ook. Jij zou waarschijnlijk zeggen: ‘Ik weet ook geen oplossing’ en hij zou een advies gegeven hebben waar ik weinig aan had, maar waarschijnlijk wel zijn advocaat hebben gebeld. Theo was niet gul, maar droeg me wel een warm hart toe. Ik zou me in elk geval getroost voelen; troost die ik de laatste week steeds erger mis. Dat gemis trekt tranen, dikke tranen; soms lijkt het of ik terug bij af ben. Ook het schuldgevoel komt weer terug vooral dat ik geen afscheid van je heb durven nemen, en de beelden over hoe breekbaar en bleek je erbij lag in je laatste twee dagen in de hospice. Als het verdriet zo sterk blijft ga ik volgende week Jacoba van Humanitas bellen voor een gesprek.
Tricht
Morgen even naar Tricht en Geldermalsen. Ik heb afgesproken met ons vroegere buurmeisje Arjo, en ik verheug me erop haar, na lange jaren weer te zien. Het zal wel treinen worden; fietsen is me te ver. Ik neem het me voor, maar het lukt me niet om vroeg genoeg uit bed te komen. En ik heb de pest aan het fietsen door Houten: er komt geen eind aan voordat ik over het Amsterdam-Rijnkanaal heen ben richting Schalkwijk.
Filmpjes
Heb eigenlijk voor het eerst sinds lange tijd de filmpjes weer eens bekeken die ik bijna twee jaar geleden stiekem van je maakte met mijn camerabril. Ik had er rond je uitvaart anderhalve minuut beeld uitgehaald, waarin je vertelt over je buurvrouw die ook een kankerdiagnose had. Daarna heb ik ze miet meer bekeken. Je staat er af en toe goed op, echt zoals ik me je herinner, je stem incluis. Helaas babbel ik zelf het meest, zoals zo vaak. Zogauw ik het kan opbrengen, ga ik alle stukjes waarop jij goed in beeld bent samenvoegen en mijn eigen wijsneuzige geklets dempen, zodat ik alleen jou goed hoor en zie. Ik hoor soms mijn eigen ongeduld met jou, terwijl je het zo goed bedoelde: over de computer en email die je niet kon versturen, over wondontsmetter die je me wilde geven tegen een schram die ik had opgelopen. Heel lief en logisch van mijn moeder, maar ik reageerde ongeduldig en kortaf.
Ik schaam me nu pas, hoewel het geen zin meer heeft. Je leek en klonk zo dichtbij in je kleine huisje en voor je deur in je zonnige augustus-straatje. Het zijn de laatste levensechte beelden die Ik van je heb en voel nu pas dat ze me dierbaar zijn. Het laatste wat je op camera tegen me zei, was: ‘Dag jochie’, waarna je me een zoen gaf. Het voelt nu als het afscheid. Het voelde destijds ook al zo.
Op weg maar huis huilde ik om je, hoewel je mog driekwart jaar te leven had.
‘Jochie’, zei Theo ook altijd tegen me.
Zo typisch Utrechts; dat deelden jullie dan toch. Mijn verwekker Bert, hield het bij ‘jonkie’.
Hernieuwd besef
Het lijkt alsof ik een klein jaar na de ontruiming van je huisje opnieuw moet beseffen dat je er niet meer bent en er nooit meer zult zijn. Ik heb hartverscheurend zitten huilen; iets dat zich na je eerste sterfdag al aankondigde. Het wordt tijd dat ik eens echt bij iemand troost zoek en mijn tranen laat zien. Misschien kan Arjo ertegen.
Vijf zussen
In Tricht heb ik alle zusjes Slob weer gezien: Arjo, Jantine, Gerrie, Ria en Sijnie. Sijnie in een zondagse prinsessejurk met veel rose. Allemaal met dezelfde uitstraling als vroeger, maar dan ouder geworden. Het voelde vertrouwd. Zij zijn nog mijn enige houvast in het dorp. Ook zij hebben geen ouders meer, maar voor hen is dat langer dan voor mij. Zij houden elkaar vast en kunnen wel een erfenis delen ik voelde me een beetje opgebeurd, omdat zik soms ook nog verdriet hebben. Ook het ophalem vam herinneringen was prettig. Ik wist lang niet alles van wat zij met Theo hebbem meegemaakt, al kende ik enkele namen van zojn tussentijdse vriendimnen wel. Heb maar niet gevraagd of hij hen ook sloeg, maar dat zal wel, want ze zijn allemaal afgehaakt tot hij zijn Brazilliaanse psychotenkneus op dr kop tikte. Dat verhaal ken ik dan weer wel.
Festival
Het zogenaamde heemtuinfestival stelde weinig voor, al stonden en lagen er wel her en der mooie beelden, los van het zogenaamde festival. Ida was al weg of is er nooit geweest. Het maakte me niet uit. Op station Vaartsche Rijn heb ik nog wat as verstrooid net als in de Linge, samen met Gerrie en Arjo. Op Vaartsche Rijn stond je als je naar je zus Clara ging. Best kans dat ik op Vaartsche Rijn al eerder heb verstrooid. Geldermalsen ben ik vergeten.
Zoutbeperking
Volgende keer dan maar. In de vorm van as ben je schier onuitputtelijk, mam, maar misschien komt het doordat ik een zuinige verstrooier ben. Het komt vast door mijn zelfgekozen zoutbeperking.
Oosterkade
Ik schrijf dit op het perron, tweehonderd meter van je huisje.
Eén keer rechts afslaan op de Oosterkade en ik zou voor je deur staan. Ik durf niet meer, mam.
Als ik over de sporen kijk, zie ik de Jutfaseweg, waar je gewelddadige ex. zijn graveerwinkel had. Het is er nog, maar alleen in mijn hoofd voor altijd aan jullie verbonden. Het is er nog en toch niet.
Het was fijn je te schrijven.
Tuur
PS: Ik hield zoveel van jou, maar ik ben vergeten het je te zeggen. of durfde het niet, bang dat ik aan je sterfbed zou moeten huilen en jij dan zou vragen: ‘Is er wat?’, zoals je zovaak deed. Meestal op ongelegen momenten, of als er helemaal niks aan de hand was; alleen omdat ik een beetje stiller was dan anders. Ik heb er zo’n spijt van mam, dat ik er steeds weer om huilen moet, te pas en te onpas.