Eerste observaties (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Twee dagen na je crematie heb ik voor het eerst gefietst met Tony. Hij zou na Theo mijn nieuwe fietsmaatje kunnen worden. Voor jou een geruststellende gedachte. Hij past net zo goed op mij als Theo: waarschuwt als er auto’s achterop komen of als er een voetganger aan de rechterkant van de weg loopt of als we moeten oversteken. Ik moest onderweg één keer erg huilen, omdat ik me realiseerde dat jij en Theo er niet meer zijn om op me te passen. Tony heeft dat nu overgenomen, wie had dat gedacht?

Hij was erg verslagen door jouw overlijden, het leek wel of hij opnieuw zijn eigen moeder verloren had. Ik laat hem nu bij stukjes en beetjes zijn verhaal vertellen. Hij blijkt ook enig kind van zijn vader en moeder te zijn geweest en heeft nog een paar halfbroers. Mijn lot is dus niet uniek, maar dat wist ik wel. Tony is dus veruit de jongste en zijn vader zou van de leeftijd zijn van Berts ouders: 120 jaar of ouder.

Uitvaart
Je uitvaart was een goede bijeenkomst. Heb je nog zien liggen in je mand. In tegenstelling tot andere overledenen vond ik je er niet eng uitzien. Alleen je handen waren bijna doorschijnend geworden. Ik herkende je er wel in, eigenlijk meer dan toen je net overleden was. Je was mooi onopgemaakt, net als toen je zelf nog lippenstift op ging doen, toen je net in de hospice was. Misschien was dat nog wel zondagmiddag. Je ogen kon je niet meer doen. Dat uitgeteerde rimpelgezichtje, dat me aan oma deed denken, waarbij me vooral opviel dat je kin steeds dunner werd en platter van onderaf gezien,  maakte dat je op een capucijneraapje was gaan lijken. Volgens mij had je een simpele zwarte legging aan en een zwart T-shirt met een roze werkje.

Te laat
Robert kwam te laat op je uitvaart, zodat de plechtigheid een half uur werd uitgesteld. Heel symbolisch, omdat het sowieso voor alles te laat was.
Zelfs drie buurvrouwen waren er, onder wie Lenie en Joke. Mijn toespraakje ging over ‘Het ravijn van Nooit meer’, dat steeds dieper wordt en waar geen ankerpunten meer zijn.

Salomonsoordeel
Ook Carine droeg iets voor, mede namens je zoon Robert. Zij sloten aan bij ‘Nooit meer’. Ik kreeg complimenten voor wat ik gezegd had. Heb ook heel kort de analogie gebruikt met het Salomonsoordeel, omdat ik vond en vind dat je dochters jou een half leven lang uit elkaar hebben getrokken door je te manipuleren en verwijten te maken. Ze hoefden alleen je schuldgevoel maar aan te wakkeren

Uitzaaiingen
Ze hebben feitelijk de manipulatieve rol van je ex-echtgenoot overgenomen na je scheiding. Dat zie jij natuurlijk anders, want hoewel je de laatste tijd wel over Carine klaagde: ‘Dat ze niet aardig was’, was het weer Carine voor en na, zodra ik je gelijk gaf. Er was na je kankerdiagnose, een jaar geleden, geen land meer met je te bezeilen: je huilde alleen nog maar. Na thuiskomst van de operatie zei je dat je depressief was, maar je moet aan je eigen lijf gevoeld hebben dat de operatie niets had uitgehaald.
Je moet al vol kleine uitzaaiingen gezeten hebben die alleen in een gespecialiseerd ziekenhuis geconstateerd hadden kunnen worden.

Second-opinion
Je wilde geen second-opinion meer, zogenaamd, omdat wij er ruzie om maakten, maar waarschijnlijk omdat je bang was voor de uitslag. In de huilerige wereldvreemde staat waarin je verzeild raakte na de diagnose, was het ook echt niet gelukt je naar Leiden of Amsterdam te vervoeren.

Zorghotel
In het zorghotel waar je drie weken verbleef om van de operatie te herstellen, had iemand je wijs gemaakt (vermoedelijk je manipulantendochter Carine die achtereenvolgens honden, kleinkinderen en weer honden bij je achterliet) dat het personeel daar je tas zou kunnen stelen, zelfs van een afgesloten kamer. Wilde paniek toen we samen zaten te eten in de eetzaal (jij at al bijna niks meer) en je je tas miste. Hij stond naast je op een stoel, maar ik snelde naar je kamer om je tas te gaan halen. Jij liep al veel te moeilijk om dat zelf nog te doen door de baarmoederverwijdering en artrose. Weg beetje gezelligheid, dankzij Carine die als altijd ruimtevullend aanwezig was, zelfs in afwezigheid.

Hospice
In de hospice vroeg je ons onze geschillen opzij te zetten en dat hebben we gedaan. We hebben gevieren eendrachtig voor je gezorgd de laatste vijf dagen en bij je geslapen en dat was nodig, want je was echt niet meer in staat om de alarmknop om je pols te bedienen. Wij riepen iemand voor je als je iets nodig had.
De eerste twee dagen kon je met hulp nog naar het toilet. Daarna één keer de postoel en de laatste drie dagen de luierbroek.

Teruggetrokken
In je laatste maanden thuis trok je je steeds meer terug in jezelf. Je zat in je tuintje, wat je nooit had gedaan om zo je buren te ontlopen die met lastige: ‘Hoe-gaat-het-vragen’ zouden komen. Eén van de laatste keren dat ik bij je was, wilde je twee keer gaan kijken of het hondje nog wel binnen was, hoewel de buitendeur op slot zat, net als nog geen anderhalve maand eerder met de oude teckel. Wilde paniek om niks, jou aangedaan door je manipulantendochter. Dieren hadden voor jou geen namen, uitgezonderd je eigen kat Poemi die je net zo hebt laten inslapen, omdat ze op de gangmat plaste, als de katten uit onze jeugd. Linne en Spookie werden je te veel  in een gezin met vier en zelfs zes jonge kinderen. Waar het drukke hondje Zoeffie is gebleven dat we eind jaren zestig hadden, weet ik niet.

Zelfrechtvaardiging
Je moest de honden waar je in de jaren tachtig en de laatste vijf jaar mee werd opgezadeld ‘leuk’ vinden, terwijl je feitelijk niks met huisdieren had. Je deed het uit plichtsbesef, schuldgevoel en uit moederliefde, tot je laatste dagen in je huisje. En de manipulant bleef aan zelfrechtvaardiging doen: ‘Dat je het zo leuk vond’, terwijl je vooral het laatste hondje, een buitenlands bijtertje, zei maar niets te vinden. Je hebt er gelukkig nog maar kort van hoeven genieten.

Torenhoge prijs
In haar afscheidspraatje repte Carine ervan dat ze wel vijf keer per dag bij je over de vloer kwam, sinds ze pal achter je kwam wonen. Wellicht wilde ze ermee uitdrukken hoe bijzonder de band met jou was, iets waar ze zich een leven lang op heeft laten voorstaan. Zij sprong immers tussen de huwelijkse ruzies met Theo, terwijl Charléne, Robert en ik ons ervan distantieerden. Je hebt een torenhoge prijs betaald. Je bent een half leven lang gekoeionneerd door je eigen dochter, terwijl de ander vond dat ze te weinig aandacht kreeg. Je manipulantendochter at ook nog van je AOW mee en kwam er pas na je overlijden achter dat de dagelijkse boodschappen duur waren geworden. Ik betaalde ondertussen netjes terug wat je voor me kocht. Heel veel dank mam, voor het fijne eten dat je trouw, wekelijks voor me maakte en soms langsbracht. Je hebt dit zeker meer dan 15 jaar gedaan. Tot een jaar geleden. Door artrose kon je niet lang genoeg meer staan of je had gewoon geen zin meer.

Laatste herinneringen
Dat Carine pal achter je woonde, was handig in de laatste maanden van mantelzorg voor jou, die ik geweigerd heb te geven, omdat ik al in mijn eentje voor mijn verwekker, Bert heb gezorgd. Daardoor heb ik tot aan de hospice gemist hoe slecht het met je ging, maar is één van mijn laatste herinneringen aan jou een goede: die van een borrel, een biertje (een Amstel omdat je niks beters meer in huis had) en een gesprek, waarin volgens mij opa weer voorkwam. Bijna als vanouds, maar dan zonder Affligem en met jouw verzuchting: ‘Kun je nog wel fietsen, heb je niet te veel gedronken?’ Je maakte je zorgen om mij om je geen zorgen om jezelf te hoeven maken, besef ik veel te laat. ‘Bel je nog even als je weer thuis bent?, vroeg je al een tijdje niet meer.

Depressief en verward
Je had je al te ver in jezelf teruggetrokken, vechtend tegen de angst van de hypochonder om dood te gaan; tegen de angst ons en het leven te moeten loslaten. Je zei dat je depressief was. Ik vond je al lang verward en dacht dat je beginnend dement zou kunnen zijn, zonder dat je een diagnose had. Je huilde en wachtte op de dood, waarvan jij veel beter besefte dan ik dat die nabij was. En je was makkelijker te manipuleren dan ooit al kreeg je op de valreep in de gaten hoever Carine daarin ging. Maar alles was voor jouw bestwil.

Mantelzorg
Carine bepaalde wel dat je het ‘leuk’ vond. Dankzij de mantelzorg van Carine en, naar ik begrijp, de laatste twee weken van Charléne, heb je tot vijf dagen voor je dood, tot de finale scanuitslag in je eigen huisje kunnen blijven. Ik heb daarvoor mijn respect uitgesproken, ook omdat jij na je operatie vaak diarree had en zelf niet meer rook dat je jezelf onderpoepte. Je was je zelfstandigheid definitief kwijt en durfde nauwelijks meer de straat op om een boodschap te doen. Mocht jijzelf de laatste flessen brandewijn en
Nikka voor me hebben gekocht, des te groter is mijn dankbaarheid voor je ovoorwasrdelijke liefde, die je jezelf nooit hebt gegeven.

Boektiek
Ik begreep ook dat je een paar weken voor je dood nog naar de Boektiek bent gefietst, daar gevallen en weer teruggefietst: mama, toch.

Weggebleven
Één van de laatste keren dat je belde: voor mijn verjaardag, hing je te snel op om op te kunnen nemen en ik liet het erbij. Twee weken voor je naar de hospice ging, voelde ik nog steeds niet dat je einde nabij was. Je belde nog een keer huilend op dat ik maar niet moest komen, en ook maar niet toen ik uit Lunetten kwam en kon kiezen tussen jou en de weg naar huis. Zo bleef ik weg. Om Carine te ontlopen, was ik bereid jou te duperen. Jouw drie jongsten waren immers ook afwezig toen ik voor Bert zorgde. Ik heb daarvan geen spijt, wel dat ik je in het afgelopen jaar veel te weinig heb aangeraakt en geknuffeld.

Onderschatting
Hoewel ik mijn afscheidstekst voor jou al maanden geleden geschreven had, heb ik onderschat hoe snel je zou gaan sterven, doordat ik de laatste twee maanden voor je dood goeddeels afwezig was. Ik zag het pas toen ik je opving voor de deur van de hospice, kort na de uitslag waarin je de scans met uitzaaiingen onder ogen had gekregen. Toen ik je hand pakte, nadat je op een brancard uit de ziekenwagen was gereden, en zag hoe dun je was geworden, wist ik dat je nog maar een week te leven had, wat ook de prognose van het ziekenhuis bleek te zijn. Jij wilde of kon het nog niet ten volle beseffen, begreep niet waarom je niet meer hoefde te eten, ondanks een hol gevoel in je buik, en waarom je niet beter werd. Huilen deed je niet meer, dus diep in je hart wist je het.

Naast me
Ik heb dit alles zonder te huilen opgeschreven, omdat het nu lijkt alsof je de hele tijd stilletjes naast me hebt gezeten. Nu voel ik even de tranen branden, maar red het wel, denk ik. Dit schrijven troost me in elk geval, al weet ik niet hoe het zal zijn als er iemand anders in je huisje komt wonen die niet van je bestaan weet. Het mag niet voelen alsof je er nooit bent geweest. Daarom heb ik de exposities uit de jaren 70 al aan je weblog toegevoegd en een filmpje over buurvrouw Joke, waarin je vertelt dat ze ook een kankerdiagnose heeft. Het filmpje heb ik vorig jaar zomer stiekem opgenomen met een camerabril. Kan ik je soms even zien en naar je stem luisteren, zodat ik hem niet vergeet. Je praat ook over een jongen uit je jeugd die Henry Netto heet. Samen met je paardestaaten voelt en klinkt het heel kinderlijk allemaal. Aandoenlijk, maar het was ook je zwakte, waardoor mensen uit je omgeving je een heel leven lang hebben kunnen gebruiken en niet eens altijd uit kwade wil.

Kunstwerken
Alle kunstwerken van jouw hand die ik op je computer vind ga ik op je weblog zetten en je Facebookprofiel laat ik staan. Ik heb een kopie gemaakt van al je foto’s en gezien dat je op de valreep hebt geprobeerd alles te ordenen. Wat een werk moet dat geweest zijn en het is op aandoenlijke manier niet gelukt. Alles staat wel vier keer op je computer en soms nog vaker. Ordenen gaat me niet lukken; opschonen misschien wel. Dan moet lk eerst twee kopieën maken voor de veiligheid en eentje van Windows, anders kan ik straks misschien niet meer in je Facebook-profiel. Uiteindelijk krijgen ook je drie jongere kinderen een kopie van wat op je computer stond.

Voor vandaag: dag lieve mam; ik heb niet gehuild terwijl ik dit opschteef, en tijdens het voorlezen van mijn afscheid van jou alleen bij de laatste paar regels.

Ik ga nu wat eten en dan een kopie maken van Windows.

Tot later

Tuur

PS: heb ik zonder het te beseffen meegedaan aan het manipulatiespel door je dingen te laten kopen, al waren het maar postelastieken, of deed je het uit vrije wil en liefde? Ik hoop het laatste, want ik zal er nooit meer achter komen. Je zou sowieso geen antwoord op die vraag hebben gegeven.
Tijdens je uitvaart had ik het mooie gele jasje aan dat je ooit tweedehands voor me hebt gekocht. Je zou iets gezegd hebben als: ‘Je bent als heer verkleed’.