Iedereen gelijk (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Hoewel het de laatste weken iets beter lijkt te gaan: ik kook weer geregeld voor mezelf; mijn eetlust lijkt toe te nemen en ik sport elke dag op de rollerbank, verslaap ik nog steeds het liefst mijn tijd. Niet zozeer meer om vergetelheid te zoeken, maar gewoon omdat ik slaap heb en te weinig omhanden.

Als ik bijtijds opsta, zie ik als een berg op tegen de lange dag. Als ik vroeg op moet omdat ik een afspraak heb, verloopt de dag als vanzelf. Wel ga ik dan vaak ’s middags slapen. Nu jouw dood begint te wennen, lijkt er onderhuids pas ruimte voor de depressie die ik al langer had. Lezen vind ik prettig en muziek luisteren soms ook, maar tegen boodschappen doen zie ik op. Feitelijk kom ik pas diep in de middag een beetje tot leven, allemaal verschijnselen van depressie. Ik slaap beter dan ooit, waarschijnlijk veroorzaakt door de Venlafaxine. Ik wilde gaan afbouwen, maar waarschijnlijk heb ik het middel nu pas echt nodig.

Niet-zijn
Waarom ik je begon te schrijven, heeft een andere reden: ik verlangde ernaar om net als jij niet-te zijn, om daar te zijn waar jij ook niet-bent. Shakespeariaanse gedachte, die erop neerkomt dat in het niet meer op aarde zijn, na er wel te hebben bestaan, iedereen gelijk is. Uitleg doet feitelijk afbreuk aan het prachtige citaat ‘To be or not to be’, want zelfs het bestaan van De Hemel wordt er niet mee ontkend, wat in de zestiende eeuw dodelijk kon zijn. Evengoed heb ik Aoife van ‘de gedenksteen’ bij de Berekuil gevraagd om goed op jou te passen, daar waar jullie niet-zijn.

Geen geluksgevoel
Vanavond heb ik voor het eerst meer dan twee uur keihard doorgetrapt op de rollerbank in het Wilhelminapark. Het ging in een steeds zwaardere versnelling en mijn linkerbeen wordt nu langzaam aan zo stterk dat ik er binnenkort zelfstandig op kan staan, denk ik. Dat heb ik nog nooit gekund. Naast rollerbankfietsen, oefen ik sinds kort weer met staan-op-één-been aan de wasbak, omdat ik daar de meeste houvast aan heb. Wat een zelfoverwinning zou het zijn, mocht ik dat kunnen. Het zou tegelijk betekenen dat mijn evenwicht en mijn lopen vooruit zijn gegaan. (terwijl ik dit zit te schrijven, ervaar ik weer duizelingen van mijn anti-depressiva). Hoewel ik dit allemaal doe en een zekere trots ervaar, is er niemand meer aan wie ik dit kan laten zien: jij en Theo zijn er niet meer. Theo zou over mijn veranderingen aan de ligfiets zeggen: ‘Hoe weet je dat dit werkt, jochie?’ en jij: ‘Je lijkt Willie Wortel wel’, zonder echt te begrijpen wat ik je wilde laten zien. Erik en Arjan zouden alleen maar zeggen: ‘Dat gaat nooit houden, want die constructie is niet sterk genoeg’. Ze hadden het mooi bij het verkeerde eind, toen ik twee jaar terug een gebroken las aan elkaar schroefde. Als instrumentmaker bewonderde Theo mijn vindingrijkheid. Ik mis jullie zo, ma, bij alle nieuwe dingen die ik doe en daarom lukt het me niet meer geluksmomenten te voelen. Misschien is dat wel het wezen van depressiviteit en moet ik daarom voorlopig maar doorgaan met het slikken van Venlafaxine. Schrijven aan jou is nog steeds het enige dat echt helpt mijn verdriet te temperen. Daarom is het nog steeds niet opgedroogd.

Signal-bericht aan vriend en ex-collega Robert van 21 juli 2026:
Door het schrijven van meer dan 200 brieven aan mijn moeder ben ik gaan beseffen dat ik in een bikkelharde omgeving ben opgegroeid. Veiligheid vond ik op school. Mijn lot is niet uniek, maar ik denk wel dat mijn teleurstelling in mensen daardoor op de loer ligt. Het is goed dat je me daarop wijst, al weet ik niet hoe ik dat moet tegengaan.

Ik had een zorgzame moeder die niet weerbaar was en zich liet misbruiken door ieder die dat wilde, ten laatste haar eigen dochters. Dat besef doet verschrikkelijk veel pijn, hoewel er niets meer aan terug te draaien valt en ik machteloos was haar te beschermen. Erover schrijven, zonder iets te vergoelijken of mezelf te ontzien, is het enige dat helpt.

Recent las ik enkele brieven terug van kort na haar dood, omdat ik een herinnering wilde toevoegen. Het was niet confronterend, maar bracht haar dichterbij; precies dat wat ik beoogde toen ik begon met schrijven. Het stroomt nog steeds: wie schrijft die blijft.

Mijn moeder schilderde en maakte wandkleden en had niet naar de Kweekschool, maar naar de Kunstacademie gemoeten net als haar broer en haar oudste kleinkind. Helaas. Zie haar weblog dat ik in 2011, samen met haar maakte en dus niet mobiel is: corry-lengkeek.tekstuur.nl. Dat blijft zo, omdat het haar weblog is waar ze blij mee was. Het waren ook haar kleurtjes. Alles uit de tijd dat ik nog handig was met WordPress. Ben blij dat ze online nog voortbestaat.

Groet, Arthur

Liefs,

Tuur

Nog een PS-je op de valreep: Vandaag had ik een Duitse poetshulp over de vloer die in Nederland gestudeerd heeft. Hij sprak uitstekend Nederlands, doch met een licht accent dat ik eerst niet kon thuisbrengen. Heerljk twee uurtjes afwisselend Duits en Nederlands gesproken. Dat was alweer een poosje geleden toen ik met asperger-Pieter in Düren was om Uta te zien. Poetsen deed hij ook onberispelijk, dus ik hoop hem nog eens terug te zien.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *