Ik draag je met me mee (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Op de rouwkaart had ik geschreven dat jouw kinderen je ziel zouden meedragen. Nu weet ik hoe dat gaat. Na het schrijven van 175 brieven aan jou, heb ik haar deels doorgrond en kan ik je ziel bij me houden. ik heb haar in me opgenomen en kan nu vrede sluiten met je dood. Ik kan nu doen wat ik bij leven zelden kon: mijn arm om je heen slaan.

Hoewel je het met veel wat in de brieven staat niet eens zult zijn, begrijp ik nu hoe je van kwetsbaar oorlogskind een naieve en makkelijk te manipuleren puber werd waarvan mijn verwekker met zijn kampmoraal als eerste een passend gebruik wist te maken. Daarna kwam je echtgenoot met zijn weeshuismoraal, waar het recht van de sterkste gold. Zijn rol werd overgenomen door je beide dochters die je met hun verwijten en manipulaties in de tang hadden. Tot je laatste snik. Uiteindelijk had je niets meer voor jezelf. Ook daarmee heb ik vrede gesloten, want hoewel je liefst de vermoorde onschuld speelde en niet aan zelfreflectie deed, was je medeverantwoordelijk voor wat je overkwam. Je was er zelf onderdeel van en, in naam volwassen.

Om het even
Het meest bijzondere inzicht uit deze brievenreeks vind ik hoe je tot de keuze bent gekomen om met Theo in zee te gaan, nadat ik buitenechtelijk ter wereld was gekomen. Bij je ouders had je de zorg voor twee veel jongere broertjes en voor mij en bij Theo voor twee stiefkinderen en voor mij. De keuze leek makkelijk: of ik nu door de kat of de hond gebeten word; het is om het even. Het pakte anders uit. Zet een ongezeglijke chaoot en een autist met losse handje bij elkaar en er komt ellende van.

Ik draag je mee
Ik draag je voortaan met me mee, mam. Iets van je ziel heb ik in me opgenomen. Nu zal ik zin in het leven weer moeten terugvinden, want die ontbreekt nog helemaal. Ik doe wat moet, meer niet. Voldoende eten lukt nog steeds niet.

Mijn beste vriend
Het gekke is dat toen je nog leefde, ik zeker niet elke dag aan je dacht, zo vanzelfsprekend was je bestaan. En nu zal het wel gaan, zoals met Benno: jarenlang praatte ik tegen hem, wandelde hij met me mee, deed hij boodschappen met me en ging hij mee op vakantie. Kortom: Benno was altijd bij me.
Zijn plaats neem jij ni in en hij heeft daar vrede mee.

Wat misschien nooit meer gaat lukken, is muziek luisteren thuis. Dat blijft verbonden met de veilige wetenschap dat jij nog leefde.

Veel liefs,

Tuur

PS: En net als ik denk dat het begin van acceptatie er is, word ik weer overvallen door het besef dat ik je nooit meer zal zien of spreken en huil ik weer. Dat je huisje nooit meer van jou is, is wel ingedaald. Dat ik voor het eerst sinds lange tijd genoeg gegeten heb en het me smaakte, vind ik een goed teken. Tien kilo kwijt, geen spierkracht meer en vandaag twee keer gevallen met het vouwfietsje, waarna ik moest worden opgeraapt, is minder goed. Ik ga proberen mijn gewicht te stabiliseren rond de 70 kilo. Bij mijn lengte van 176 is dat prima. En het wordt eindelijk lente mam, zodat ik weer kan gaan fietsen. Ik verheug me erop
Allereerst naar ouwe Dick in Baarn, hopelijk leeft mijn dementerende vriend nog.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *