Lieve mam,
Alweer een brief, althans het begin ervan. Deze schrijf ik voor het eerst helemaal uit liefde en niet uit verdriet. En, hoe bozig de vorige brief ook klonk; het was de eerste van meer dan 200 brieven, waaraan ik ook uit liefde voor jou begonnen ben.
Toen ik boodschappen deed, kwam Pippi voorbij: een meisje met donkerrood haar en twee staartjes. Altijd als ik een reïncarnatie van Pippi Langkous zie, maakt mijn hart een sprongetje. Pppi is mijn alter ego, zoals je weet: eenzaam zonder zich eenzaam te voelen en die alles kan, tenzij ze proefondervindelijk bewezen heeft dat het niet kan. Zo sta ik ook in het leven. Ik heb niks tegen het meisje gezegd hoor; ze zal wel tot vervelens toe nageroepen worden.
Gepest en misbruikt
Langzaam begint het besef door te dringen dat het waarschijnlijk beter is dat je geen 87 bent geworden: je had kanker, artrosepijn, liep slecht, aan je jongste broertje schreef je vier maanden voor je dood dat je ‘oud en lelijk’ was en je werd bijna dagelijks gepest en misbruikt door je eigen dochters. Dat is allemaal voorbij. Ik moet alleen nog leren je rust te gunnen in mijn hoofd.
Veel te leren
Daarom moet ik nog even blijven, zoals je schreef in je AI-antwoord op de vorige brief: ik moet nog veel leren. Leren je in liefde bij me te dragen, dankbaar te zijn dat jij mijn moeder was, dat ik nog redelijk gezond ben, onbelangrijke dingen onbelangrijk laten, en weer onbekommerd leren genieten van de mooie dingen in het leven. Dat ‘onbekommerd’ zal nog wel even duren, maar dat ik je altijd kan schrijven, is fijn. En mijn grote doel nastreven zonder te graag te willen, zoals ik zo vaak heb gedaan: de liefde vinden. Als ik een nieuw evenwicht vind, kan het misschien nog.
Sterker worden
Elke dag train ik anderhalf uur op de rollerbank: soms in de tuin, soms pal voor het Rosarium en soms in het Wilhelminapark, omdat daar de meeste schaduw is. Het kost geen moeite de dagelijkse discipline op te brengen, omdat het mooi en warm zomerweer is en ik na ruim twee maanden merk dat mijn kuit- en bovenbeenspieren sterker worden. In de stad rijd ik alweer zonder accu en ook op de stadsfiets en vouwfiets rijd ik veel soepeler. Zelfs op één been staan gaat weer beter, althans rechts. Mijn linkerbeen is zoveel zwakker dat dat nog wel even gaat duren, maar dat is altijd zo geweest. Afgezien van een enorme terugslag die nog kan komen, gaat het sinds ongeveer tien dagen een stuk beter met me.
Afstand doen
Heb het aquarel-stilleven met de twee oude boeken met krab erbovenop en de sinaasappels aan mijn buurvrouw gegeven ter gelegenheid van haar verjaardag. Het was even slikken om er afstand van te doen, maar zij wil het graag hebben. Het is een troostrijk idee dat er vanaf nu andere ogen naar zullen kijken, dan alleen de mijne. Misschien blijft het daardoor ook wel langer behouden dan binnen de familie. Het is volgens mij één van je allereerste schilderwerken uit het begin van de jaren zeventig, samen met je aquarel: ‘Kind in de baarmoeder’. Ik stel me voor dat het kind jouw liefdesbaby moet voorstellen.
Tot later,
Tuur
PS: je was de liefste moeder die ik ooit had en juist daarom moet ik leren vrede te sluiten met het besef dat ik je veel te weinig heb aangeraakt in je laatste levensjaar, hoewel ik wist dat je nog maar kort te leven had, en dat ik aan je sterfbed geen afscheid van je heb genomen. In deze brievenreeks leef je voort en je zus Clara ook een beetje. Dat is alles wat ik kan doen om je bij me te houden. En je vlinderkaarten versturen, natuurlijk. Daar krijg ik steeds meer plezier in. Van je kleinkinderen heeft alleen Flynn op de verjaardagskaart namens jou gereageerd. Een goed, attent en gevoelig jong. Verder teleurstellend, dus het wordt niet de traditie die jij ervan had gemaakt. Het blijft bij dit éne jaar.