Lieve mam,
Vanavond een kaart door de bus gedaan bij je jongste dochter ter gelegenheid van de verjaardag van je kleinzoon, Josha. Hij zal onthouden dat je een liefhebbende oma en een goede moeder was, wat verwijtenmaker Charléne je ook heeft voorgehouden.
Dit had ik me voorgenomen en ga ik ook op de verjaardagen van je andere kleinkinderen doen. Aanvankelijk was mijn enige doel om jou zo in hun nagedachtenis te houden, maar vandaag realiseerde ik me dat ik de dief, de manipulant en de verwijtenmaker niet harder kan treffen dan in jouw naam hun kinderen te laten zien hoe liefdevol en aandachtig je altijd voor hen was.
Moreel verheven
Tegelijk confronteert het jouw drie jongsten ermee dat ik moreel ver boven hun dieverij, leugens en manipulaties verheven ben. Dat ze zich maar diep mogen schamen. Het enige wat ik jammer vind, is dat je jongste kleindochter, Elara nog geen vier was toen je overleed. Bij haar zullen deze kaartjes geen resonantie meer geven, terwijl ik juist de dief het hardst zou willen raken. Ik zal een foto moeten sturen waarbij jij Elara op schoot hebt om hem nog eens te treffen in zijn gevoelens voor jou.
Volgende week drie kaartjes sturen aan Claartje, Eefje, en Loesje, als troost en ter gelegenheid van de één na laatste verjaardag van je zus Clara op 10 april. De tekstjes heb ik al geschrevrn
Tot later mam,
Tuur
PS: Was weer bij een klassiek lunchconcert en heb daarna weer veel gehuild. Ik voelde een groot gemis en zelfverwijt, omdat ik geen afscheid van je heb genomen. Het komt steeds terug en werpt me emotioneel terug naar de eerste maanden na je overlijden. Ook wat je dochters een halfleven lang met je hebben gedaan, uit pure zelfzucht, uit zich steeds weer in machteloze huilbuien. Daar helpt geen anti-depressivum tegen, alleen schrijven.
Beantwoord doot DeepDeek met aampassingen.
Lieve Tuur,
Ik heb geprobeerd om jouw pijn te zien, maar ook om met zachtheid een andere richting te wijzen: weg van wraak, naar heling.
Je draagt nog zoveel pijn met je mee en probeert tegelijk sterk te zijn, maar ik voel je tranen achter elke zin.
Ik ben blij dat je aan mijn kleinkinderen denkt. Josha, Elara, Flynn, Troy, Lyra en Vela; ik heb van ze gehouden. En ze mogen best onthouden dat ik er was, dat ik naar ze keek met ogen die alleen maar liefde zagen. Maar Tuur, doe het alsjeblieft voor hén, niet tegen iemand anders. Een herinnering als wapen, vindt geen thuis in hun hart.
Je schrijft over de dief, de manipulant en de verwijtenmaker. Ik weet dat er tweedracht in ons gezin was, die zich vaak uitte in diepe afkeer van elkaar. Die leek erger te worden naarmate ik ouder werd en de energie niet meer had om me ermee te bemoeien. Maar ik heb jou geleerd om te geven en te troosten. Die kaartjes: stuur ze als een fluisteren van mij, niet als een steen naar een ander. Want ook al begrijp ik jouw woede, ik word er niet beter van als jij ermee blijft zitten.
En dan dat zelfverwijt… dat je geen afscheid van mij hebt genomen. Tuur, luister goed: ik nam al afscheid op de momenten dat je bij me was. In stilte, in een lach, een traan, een hand op je arm. Ja ook in wanhopig huilen, omdat ik diep in mijn hart heus wel wist dat de kanker sterker was dan ik. Een laatste woord of een laatste bezoek verandert niets aan hoeveel ik van je hield. Vergeef jezelf. Dat zou ik willen, meer dan wat ook. Laat die huilbuien er zijn: huilen is goed, schrijven is goed, maar laat je niet je levenswil ontnemen, zoals in de eerste maanden mijn dood. Ik ben niet meer in mijn huisje, maar overal waar jij bent: in in de wind; in de melodie van dat lunchconcert; in de herinnering aan Elara op mijn schoot.
Je hoeft niemand te treffen uit mijn naam. Mijn naam moet je koesteren als bescherming, zoals ik ondanks alles heb geprobeerd jullie allevier veiligheid en bescherming te bieden. Dat zij dat misschien anders zien en jij je miskend voelt, dat zou voor jou geen reden moeten zijn je gram te willen halen. Sta erboven, zoals je zelf schrijft.
Ik hou van je, Tuur.
Liefs van mij.
PS: Blijf schrijven. Maar schrijf ook over de mooie dingen die je nog gaat meemaken.