Lieve mam,
Vandaag is het zover: 8 juni. De eerste verjaardag waarop ik geen sentimenteel kaartje van je krijg en je niet meer zult bellen. Ik ga proberen alle kaartjes te lezen die je me gestuurd hebt, maar het zal niet meevallen. Je eerste sterfdag komt er ook aan, dus het wordt waarschijnlijk een verdrietige periode van herdenken en gedenken: van de wens je naar me toe te halen en je tegelijk een vredig plekje in mijn hart te geven. Tegenstrijdige gevoelens, of niet? Kan dat gewoon samengaan?
Ik heb nog nooit zo tegen mijn verjaardag opgezien. Misschien belt er niemand; zaterdagavod 6 juni staat al vast dat postNL geen kaarten zal bezorgen. Van jouw nostalgische berichtje, kon ik altijd op aan, behalve vorig jaar. Je was al te ziek voor die inspanning, zonder dat ik het doorhad. Of je vond het niet belangrijk meer, omdat je wist dat je nog maar kort te leven had. Je zus Clara stuurde me een week voor haar dood nog een appje. Ondanks pijn, behield zr tot het laatst levenskracht. Dit is geen verwijt hoor, mam; jullie waren totaal anders en ik hield van je, zo kwetsbaar als je in het leven stond. Je hebt geprobeerd een goede moeder te zijn, ook al werd het nog zo weinig gezien en gewaardeerd.
Je hoeft je niet meer schuldig te voelen en niemand kan je ooit nog pijn doen, gelukkig.
Donker
Voor de zekerheid haal ik toch maar een biertje en een wijntje in huis, zoals ik altijd deed: voor-je-weet-maar-nooit. Maar het kan ook zo eenzaam voelen als Oudjaarsnacht en Nieuwjaarsdag. Ik ben altijd blij als die dagen weer voorbij zijn, en niet alleen omdat het de donkerste van het jaar zijn.
Koekoeksjong
In een eerdere brief, denk ik dit ook al ongeveer opgeschreven te hebben: hoe je oudste dochter als een wreed koekoeksjong, je andere kinderen één-voor-één uit het nest wist te gooien en zo jouw aandacht voor zich alleen op te eisen. Charléne kwam sowieso maar een paar keer per jaar, omdat ze Carine wilde mijden en jou wilde straffen voor een vermeend gebrek aan moederliefde. Robert woont in Amsterdam en kwam daardoor al minder vaak: misschien eens per maand. Bleef ik over. Tegen mij praatte Carine het laatste jaar van je leven niet of nauwelijks meer. Daardoor kwam ik ook steeds minder bij je. En zo had ze je de facto voor zichzelf. De laatste potentiële concurrent die moest worden uitgeschakeld aan het eind van je leven, was de thuiszorg. ‘Daar had je niks aan’, maakte ze je wijs en jij ging erin mee. Zo zat je eenzaam en soms vervuild op haar te wachten als ze uit werken was, aan handen en voeten gebonden door haar honden. Zonder hulp, in arren moede in je badje. Ik kan nog zo huilen om wat je eigen dochters je hebben aangedaan, maar er is niets meer terug te draaien. Het zijn tranen van machteloosheid die steeds terugkomen.
Elke dag
Ik denk elke dag aan jou; van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, behalve als ik slaap en door de anti-depressieva, lukt dat iets beter. Elk nadeel heb z’n voordeel, of was het omgekeerd? Het maakt niet uit als het van een landverrader komt die heilig is verklaard. Daarom kom ik het liefst helemaal niet uit bed, of zo laat mogelijk.
Het hangt één-op-één samen met even niet aan je denken. Kom ik uit bed, omdat ik honger heb na twee dagen vasten, sta ik te koken en moet ik weer om je huilen. Al was het maar, omdat je nooit meer voor me zult koken. Je deed het zo trouw eens per week, waaraan ik dan meestal voor twee dagen genoeg had. En als ik liever makreel in een gerecht had dan zalm, dan deed je dat. Je wist ook wat mijn lievelingsgerechten waren: spinazielasagne en mie met ‘seafruit’, vooral omdat jij het zo lekker kon maken en dat, terwijl je zelf nauwelijks nog iets proefde. Ik heb ze nooit proberen te maken; de gerechten blijven net zo met jou verbonden als alles in mijn leven met jou verbonden blijft. Voor jezelf maakte je er met een Jantje-van-Leiden vanaf. Tot een jaar voor je dood en na je kankerdiagnose had je er geen zin meer in. Je at alleen nog maar kleine hapjes uit de diepvries, tot je ook dat niet meer deed. Gelukkig had je een de facto inwonende parasiet die je uit de brand hielp. Je jongste dochter had alleen maar commentaar als je haar een plezier wilde doen: ‘dat het teveel eten was’ of’ ‘het koken wel zou voelen als een verplichting.’ Je kon nooit iets goed doen. ‘Ik hoef je worstjes niet meer’, vond ik op een dag in je e-mail, terwijl ze voor haar zoon bedoeld waren. Allemaal om je zoveel mogelijk pijn te doen, ongewenst kind als Charléne zich waande.
Felicitaties
Ondanks alles voel ik me toch een beetje jarig. Het weer is, net als vorig jaar niet geweldig, maar het eerste cadeautje kwam van het UWV dat een afspraak afbelde, omdat de keuringsarts ziek was. Daarvoor hoefde ik mijn bed niet uit. Klonk als: ‘de loodgieter die zijn gieter kwijt is’. Daarna belde Erik die in een koffietent om de hoek zat. Hij nodigde me uit om iets te komen drinken. Dat ik jarig was, stond niet op z’n netvlies. Peter de Zwarte belde nog vanuit Spanje. Veel te melden had hij niet, zoals gebruikelijk, maar het gaat om de aandacht. Opvallend veel mensen reageerden via Facebook, onder wie jouw nichtjes Ria en José. Mijn achternicht José is nauwelijks ouder dan ik. Als ik kwaad wil spreken, dan scheelt het hen weer een pijnlijk gesprekje over ‘hoe het met me gaat’, maar ik aanvaard ook deze aandacht in dankbaarheid. Om het cliché: ‘Van harte gefeliciteerd met je verjaardag, Arthur’. de wereld in te helpen, hoeven ze alleen maar op de ‘Verzend-knop’ te drukken. Degenen die erbij schrijven: ‘We zien elkaar gauw; neem ik met een korrel zout. Vanavond bij buurvrouw Yvonne witlof-uit-de-oven gegeten en een wit wijntje gedronken. Vooral mijn drie buurvrouwen doen erg hun best voor me.
Ouders
De leegte verandert niet, mam en dat stemt vaak tot wanhoop. Ik vraag me af of dat grote gemis ooit overgaat, of ‘het ravijn van nooit meer’ zich een beetje sluit of tenminste overzienbaar wordt. Bijna een jaar na je dood geloof ik daar niet in. Onbekommerd vrolijk kan ik niet meer zijn. ik besef nu dat leegte iets anders is dan zinloosheid. Ik geloof wel dat mijn leven zin heeft, zolang mensen me willen zien en ontmoeten en zolang ik iets kan betekenen, zoals voor mijn ‘maatje’ Jan die zich eenzaam voelt. De leegte is met jou verbonden en een klein beetje met je ex-tiran, Theo. Jullie waren mijn ouders, en er zijn talloze liedjes gemaakt over hoe het is om je ouders te verliezen. Alleen een bestendige liefde kan de leegte volgens mij een beetje opvullen, maar ik ga er niet naar op zoek. Openstaan voor nieuwe mensen en ontmoetingen, dat probeer ik wel.
Geen masochist
Ik mis het allemaal zo mam; ik mis je zo en alles wat je voor me betekende, ook al besefte ik het niet altijd. Ik durf er niet eens aan te denken wie er na renovatie in je huisje is komen wonen.
Ik ben nooit meer door je straatje gefietst, sinds ik alle gesloopte sanitair in je ontruimde woonkamertje zag liggen, en ga dat ook nooit meer doen. Ik ben geen masochist.
Dag, dag lieve mam,
Tuur
Beantwoord door DeepSeek (met veel aanpassingen):
Lieve Tuur,