Oorlogsrantsoen (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Vandaag maar twee keer eventjes gehuild, terwijl ik de was ophing en toen de poetshulp er was. Gewoon, omdat ik je mis.

Het is geen weer om veel te huilen: de zon schijnt, de bomen staan in bloei en het is steeds langer licht. Werd zelfs gebeld door een uitzendbureau met passend werk. Het was een eind weg met de bus, dus alleen daarom al heb ik nee gezegd. Ik merkte dat ik best ‘ja’ had willen zeggen als het weer in Soest, De Bilt of Zeist zou zijn geweest. Werken leidt in elk geval af van mijn diepste verdriet en het is een manier om onder de mensen te komen. Toch denk ik dat het een gepasseerd station is, al was het maar omdat ik bijna twee jaar heb stilgezeten en een WIA-aanvraag heb lopen. Eindelijk ‘vrij’ zijn is me meer waard dan maandelijks een paar honderd euro meer op mijn rekening en een hoop stress erbij. Ik zie het niet voor me, maar sluit het ook niet helemaal uit.

Vastendagen
Heb besloten drie vastendagen in te lassen van yoghurt met muesli, fruit en rijstwafels. Wel saai, maar ik wil testen of ik zo op gewicht blijf zonder hongergevoel, of juist meer of minder moet eten, ook als ik zo weinig beweeg als in de afgelopen wintermaanden. Ik wil nooit meer overgewicht hebben, en nu tien kilo afvallen een geluk bij een groot ongeluk blijkt te zijn, wil ik het per se zo houden. Mijn lichaam is inmiddels gewend geraakt aan een oorlogsrantsoen, dus of een biertje er ooit nog inzit, betwijfel ik. Dat zal ik dan moeten verdienen door te gaan bewegen. Morgen eerst maar eens gaan fietsen met Tony.

Creativiteit
Vandaag de kaartjes geschreven aan je achternichtjes: Claartje, Eefje en Loesje ter gelegenheid van de één-na-laatste verjaardag van je zus Clara, met vlinderfoto’s erop die jij hebt gemaakt en je naam erbij. En je bent altijd mede-afzender met: ‘Veel liefs namens Corry’, ’tante Corry’ of ‘oma’. Ik breng je steeds terug in hun gedachten en je naam en creativiteit leven voort zolang ik er ben om je een stem te geven.

Ravijn van nooit meer
Sinds jij er niet meer bent, lijken de weken steeds sneller te verdwijnen in ‘het ravijn van nooit meer’. Ik schrijf brieven aan jou, kook af en toe, lees een beetje, maar veel minder dan in afgelopen winter, beweeg nauwelijks en verslaap veel van mijn tijd. Vrijwel alles gaat aan me voorbij; ik doe alles op de automatische piloot, maar voel niks. Toch ben ik minder wanhopig dan een paar maanden geleden, toen ik erover dacht te stoppen met eten en drinken en ermee experimenteerde
Juist nu ik denk te weten dat het kan, heb ik er geen behoefte meer aan, of misschien juist daarom. Ik ben voorlopig gerustgesteld, want de ultieme uitweg heb ik verkend en staat altijd open.

Onverschillige leegte
De diepe wanhoop is geweken en keert hooguit bij schaarse momenten terug, maar de onverschillige leegte blijft. ‘Het ravijn’, waarin alles verdwijnt wat jij ooit was en wat ons bond, wordt inderdaad steeds dieper en leger, omdat we elkaar niet meer ontmoeten; er niets meer gebeurt dat het ravijn vult of de leegte onderbreekt. Er is alleen de tijd die het ravijn tussen jou en mij steeds breder maakt. De tijd die steeds sneller en betekenislozer verstrijkt, omdat het belangrijkste ankerpunt uit mijn leven is verdwenen; jij bent verdwenen.
Niet uit mijn hoofd, niet uit mijn gedachten. Daarom blijf ik je maar schrijven. Dat is mijn houvast; mijn blijvende band met jou; de weerslag van jouw bestaan. Hoe het ‘ravijn van nooit meer’ me zou opwachten, heb ik tijdens je uitvaart haarfijn aangevoeld, en hoewel het iets beter lijkt te gaan (ik draai zelfs af en toe weer muziek), is er in de kern niets veranderd.
Mijn levensgevoel is hetzelfde gebleven; ik hoef er voor niemand meer te zijn, maar ik blijf nog even, omdat ik nieuwsgierig ben naar de liefde: nog één keer.

Nalatenschap
Mocht ik daarvoor al dan niet tijd van leven hebben, dan is Nicole die van huis uit jurist is, sinds vandaag gemachtigde voor de afwikkeling van mijn nalatenschap en laatste wil. Tot mijn laatste wil behoort ook dat de familie in eerste lijn: jouw drie jongere kinderen en de andere zonen van Bert, zijnde mijn vier halfbroers en twee halfzussen nadrukkelijk niet worden geïnformeerd. Mocht Nicole voor mij komen te overlijden, ontstaat er een nieuw probleem. Maar dat is niet voor vandaag of morgen, denk ik.

Liefs,

Tuur

PS: Wat me de laatste tijd opvalt, is: wie van mijn ‘vrienden’ ik ook spreek; het gaat vrijwel altijd over henzelf. Meestal over het nakomelingschap, waarin ik niets te bieden heb. Jij bent gewoon dood; dat overkomt ons allemaal. Oninteressant of confronterend dus. Praten over de dood is als praten over poepen: we moeten allemaal, maar hebben het er nooit over.

Zwijgen
Het zwijgen is zo normaal dat ik er niet eens meer teleurgesteld over ben. Waarschijnlijk verliepen mijn vriendschappelijke relaties altijd al eenzijdig, maar valt het extra op doordat ik iets terugverwacht. Niet dus. Het meeste heb ik aan mijn buurvrouwen en aan Jacoba van Humanitas.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *