Rechtszaken (brief aan mijn moeder)

Hee ma,

Naar aanleiding van de ontervingskwestie die voor je ex uitsluitend bedoeld was om over zijn graf heen tweedracht te kunnen zaaien tussen zijn kinderen, realiseerde ik me dat Theo en mijn verwekker, Bert een andere optiek hadden om levenslang rechtszaken te voeren tegen Jan en alleman.

Bert voelde zich als paranoïde narcist, ontsnapt aan het Jappenkamp, oprecht bedreigd en tekortgedaan. Voor Theo waren zijn rechtszaken meer een spel om angst en stress te veroorzaken onder zijn tegenstanders. Doen was belangrijker dan winnen. Je herinnert je vast stempelmaker Dick Gadella nog wel die in Theo’s opdracht een prachtig en werkend stempel vervaardigde dat een onverkoopbaar product opleverde. Dick moest boeten in een eindeloze rechtszaak die Theo waarschijnlijk verloor. De hele rechtzaak strookte destijds al niet met mijn morele gevoel, hoewel ik het fijne er niet van wist. Voor mij als jochie van zo’n jaar of veertien stond vast dat Theo een onvoldragen en slecht doordacht product in de markt wilde zetten. Hij had als metaaldraaier verstand van metalen, maar niet van het samenstellen van kunststoffen, Eigenwijs en gierig als hij was, liet hij waarschijnlijk na er een deskundige bij te halen en wilde hij Gadella voor de mislukking op laten draaien.  Waarschijnlijk wist jij er meer van dan ik, maar we hebben er nooit over gepraat.

Treiterij
In de laatste jaren van zijn winkel, tot vrij kort voor zijn dood, voerde hij nog een rechtszaak tegen zijn oudste dochter: over het eigendom van een tractor ofzo, iets onbenulligs in mijn ogen. Hij leek er plezier in te hebben om mensen de stuipen op het lijf te jagen en blijkbaar ging Thro’s advocaat erin mee. Deze zaak heeft hij zeker verloren, want dat vertelde hij mij. Blijkbaar maakte het hem niet zoveel uit of hij een zaak won of verloor. Een rondje treiteren, mocht wat kosten. Bert stond daar heel anders in; hij moest winnen. Bert had als zelfgeproclameerde ‘Tuan besar’ altijd bevestiging nodig

Rijmelarij
Over bevestiging gesproken: op je ouwe dag, om precies te zijn na Berts dood in 2018, ging je Theo’s aandacht waarderen. Hij stuurde je muffe gedichtjes, of beter gezegd: rijmelarij, en jij vond ze mooi, net als je jongste dochter, maar misschien was dat wel slijmelarij. Je hing er zelfs één ingelijst aan de kast. In dat opzicht leken jullie op elkaar: elke aandacht is goede aandacht. Je wilde ze soms ook aan Robert en mij laten lezen, maar wij lieten de rijmpjes aan ons voorbijgaan met het excuus ‘dat ze voor jou bestemd waren’. Het stelde je teleur, net zoals het uitblijven van een reactie op foto’s die je ons toestuurde. Je miste daarin gelukkig de verwijtende toon van Charlene, die ze zich vooral naar jou en Robert permitteerde. Je was in de waardering voor Theo’s gedichtjes en het uiten van je teleurstelling gewoon je kinderlijke zelf. Mijn moeder, helaas ook zonder cultureel besef, liefde voor muziek, literatuur of poëzie. Binnen ons gezin heb ik dat altijd gemist.

Afstand
Vanavond keek ik weer eens twee stukjes film: jij in besneeuwd Callantsoog en jij over je jeugdvriendje Henry Netto. Voor het eerst besefte ik dat ik door een raampje naar je keek, blij dat ik je herkende, maar van een afstandje. Aan mijn behoefte je te schrijven, heeft dat nog niets veranderd; daar voel ik de afstand niet. In tegendeel; als ik je schrijf, ben je bij me.

Tot later, mam

Tuur

Berts sterfdag op de verjaardag van mijn buurvrouw, was ik vergeten; voor het eerst, denk ik.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *