Charles staat voor de enorme berg sloophout, zeker 20 kuub. Hij gaat zijn werk doen. Om de dag moet hij na school een grote hoeveelheid hout naar de keuken brengen om de allesbrander te voeden. Met een bijl begint hij planken en balkjes klein te hakken.
Onderwijl kijkt hij om zich heen. Hoog boven hem is het golfplaten dak. Er lag hier vroeger hooi opgeslagen. Achter hem, tussen het huis en het hout staat ’s avonds de auto van zijn vader, de auto die zo vaak ruzie en straf brengt. Een razende gedachte, doet hem de bijl neerleggen. Het kurkdroge hout brandt als een fakkel, en de auto zou hier nooit meer parkeren. Woest plant hij zijn voeten in het grind, dat knarsend wegschiet. Charles balde zijn handen in zijn jaszakken.
Moeder is het huis weer eens ontvlucht. Maar ook zijn boeken en alle andere dingetjes waar hij van hield zullen in vlammen opgaan en bovendien is hij bang, bang voor zijn vader die niet eens thuis is. Hij kan er niets aan doen en hakt verder. Na een half uur denkt hij genoeg te hebben. Al is hij pas veertien en het werk zwaar, hij wordt er niet moe meer van. Hij is het hakken gewend en sterk voor zijn leeftijd. Hij stapelt het hout netjes op in de wasmanden die speciaal daarvoor klaar staan. Hoe meer hout erin kan des te minder vaak hoeft hij heen en weer te lopen naar de grote keuken. Daar staat de allesbrander als een gloeiende koelkast. Charles opent de zware gietijzeren klep met een haak die in de bovenkant verzonken is, vulde de brander met aanmaakhoutjes en steekt het door een luchtrooster onderin de kachel aan. Binnen een half uur zal het apparaat dat veranderd zijn in een onverzadigbaar monster van hitte en vuur.
Dwingende honger
De dwingende honger naar energie zou Charles de komende paar uur nog zeker zes keer moeten stillen. Hoe hij ook zijn best doet, het is onmogelijk de stokoude, tochtige boerderij warm te stoken. De kachel is aangesloten op de radiatoren van de C.V. maar de radiatoren worden nooit meer dan handwarm. Op zijn eigen kamer mag hij zich, nu het winter is, met een graad of twaalf nog gelukkig prijzen. Alleen in de buurt van het monster was de temperatuur aangenaam. Het bepaalt zijn bezigheden en middagritme als zijn vader er niet is.
Haat
Daarom haat hij beide als de pest. Zijn vader kan het nooit warm genoeg zijn en daarvan krijgt hij haast altijd de schuld en schuld betekent straf, alleen de soort is altijd een verrassing. Om een uur of zes komt zijn vader thuis en neemt dan het stokerswerk over. Dan pas zal Charles weten waar hij aan toe is. Als het meevalt, kost het hem een week zakgeld, zit het tegen dan kan hij een week lang huisarrest tegemoet zien. Hij rekent: zijn vier maal zakgeld zijn deze maand gelukkig nog niet alle verspeeld; het kan er dus op uitdraaien. Beter zo, dan dat zijn vader iets nieuws bedenkt. Daarin is hij goed en schept hij genoegen; het betekent hooguit meer onheil. Charles wordt gelukkig zelden geslagen, zijn zusjes wel. Hij vermoedt dat zijn vader bang voor hem is.
Gesloten
Iedereen houdt hem voor gesloten en openhartigheid kan hem in dit huis alleen maar schaden. Het is maar beter dat ze van hem denken dat hij hetzelfde driftige temperament heeft als zijn vader, dan zou die zijn handen tenminste thuishouden. Hij hoopt dat het zo blijft, want Charles is van plan om zich ten koste van alles te handhaven. Hij ziet het aanmaakhout inmiddels goed branden. Zoveel mogelijk rechtop gezet, komen er nu grotere stukken bij. Op die manier kan er veel in en hoeft er minder naar de kachel omgekeken te worden.
Stoken ligt hem wel. Als jochie is hij een doorgewinterd pyromaan. Hij stookt fikkie waar hij maar even durft en zijn ouders komen er meestal pas achter als de politie hem weer eens opgepakt heeft.
Ongelukken zijn er nooit gebeurd, al heeft het een keer weinig gescheeld als de hooiberg er nog ligt. Tot hij deze slavenarbeid opgelegd krijgt, maakt hij ook graag de open haard aan, maar het wordt zelfs hem te veel.
Ouderlijke ruzies
Het stookregime doet het aantal knetterende ouderlijke ruzies nog toenemen en ze zijn al haast aan de orde van de dag. Moeder beschouwt de allesbrander als een gril, waardoor iedereen kou lijdt en waarvan Charles en zijn broer ook nog de dupe zijn, omdat ze beurtelings ’s middags na school stookbeurt hebben. Ze wil gewoon de verwarming aan en als dat onhaalbaar blijkt, zet ze de joker in door te vertrekken.
Dat deed ze vaker, maar tot nu toe was ze na een paar weken steeds teruggekomen. Voor de kinderen, zei ze dan altijd, maar ze was gewoon te wankelmoedig om door te zetten.
Gas of hout
Charles gaat beslissen of er ooit nog gas in het huis zal stromen. Hij hink-stapt door de keuken over de wit-grijze tegelvloer. Een witte tegel staat voor gas, een grijze voor hout. Hoe hij ook zijn best doet; extra naar voren, achteren, opzij stappen en springen, grote stappen, kleine sprongen, de laatste tegel voor hij de parketvloer van de kamer op hinkt, blijft een grijze. Hij probeert het drie keer, moet plotseling nodig en hink-stapt door de kamer, springt over de bebaarde bouvier, die op zijn geliefde plek naast de trap ligt gaat in draf over, de gang naar de voordeur door, de “bureaukamer” in.
Bureaukamer
Het bureau van zijn vader staat er. Een zekere creativiteit in naamgeving kon hem, zijn broer en zus niet ontzegd worden. Achter de keuken bevindt zich het “klompenhok”. Naast jassen, bevonden zich daar tientallen paren schoenen, laarzen, klompen en schaatsen. In het voorbijgaan kijkt hij tegen de gebogen rug van zijn zus Corina aan. Wat staat zij daar in de laden te rommelen? Hij weet nauwelijks wat er in zit. Postzegels en enveloppen in elk geval en hij heeft er ook wel eens een geldkistje in gezien. Maar het bureau is streng verboden terrein voor de drie kinderen.
“Wat spook je uit?”, vraagt hij. Corina draait zich als in een reflex om, zo te zien. “Bemoei je met je eigen zaken”, bitst ze te hard. “Ik moet van papa huishoudgeld pakken voor boodschappen”. ”Het zal wel”, denkt hij. “lekker logisch een uur voor sluitingstijd”. “Moet je je haasten”, zegt hij. “Doe ik ook”.
Kasten
Hij snelt verder: de vroegere keuken door, die nu “hal” genoemd wordt. Er liggen, oude donkere plavuizen, er staand, net als in de bureaukamer twee kasten en een oude, valse Steinbach-piano, waarop Corina geregeld Vader Jacob en andere eenvoudige wijsjes pingelt. Aan het einde is het toilet.
Boven een moderne pot hangt een oude rechthoekige stortbak. Op de terugweg, realiseert hij zich dat hij ook de inhoud van de kasten niet kent die in de hal staan. Ze zijn altijd afgesloten. Uit één ervan komen af en toe kinderfilms en dia’s te voorschijn als er het een keer gezellig is, de andere bevatten misschien wel bedrijfsadministratie.
Honden
Charles loopt door naar boven. De kachel zal wel een minuut of twintig flink doorbranden.
Bij de trap roept hij: ,”Noushka! De hond tilt zijn kop kort op om hem aan te kijken om hem bonkend weer op de houten vloer neer te vlijen.
Lieve beesten zijn het: de honden, gauw tevreden en hij hoeft niet bang voor ze te zijn.
Waterkoud
Op zijn kamer is het ijskoud. Het dakraam lekt en tocht. Dat zorgt voor waterkou in de drie eeuwen oude bouwval. Zijn vader is zo’n verwoede zaterdagklusser, te gierig om goed geld aan een grondige verbouwing te besteden. Door de week de eigen zaak die kapitalen opleverde en in het weekend ontspant hij zich als doe-het-zelver. Het is als de ongelijke strijd tussen de Dom van Keulen en het verkeer: altijd in de steigers en toch nooit klaar. Aan de Dom werken dan tenminste nog mensen met verstand van zaken, grinnikt hij.
Toen het dak met hulp van wat kennissen gerepareerd was, lekte het erger dan tevoren en op de zolder van de schuur kun je je beter alleen overdag begeven.
Door het vocht zijn de goedkope bodemplaten op sommige plaatsen in een soort
Brinta veranderd wat bij het schaarse lamplicht bijna niet te zien is. Nu zit hij sinds enige tijd met dit gammele dakraam.
Hoe langer zijn vader knutselt, des te minder kans er is dat er ooit nog een deskundige aan te pas komt. Voor zijn probleem zal wel weer een lapmiddel verzonnen worden. De kieren zullen worden dichtgekit, of het hele raam met landbouwplastic afgedekt, zodat het niet meer open zal gaan. Voorlopig zit hij er mooi mee en nu moeder weg is, zal zijn vader weinig belangstelling hebben om het te verhelpen.
In bed
Haar vertrek joeg zijn vader tijdelijk schrik aan en verstoorde de orde voor een paar dagen. Dan had hij een buurmeisje voor het huishouden gestrikt en waren de overige taken opnieuw verdeeld.
De kou dwingt hem in bed te kruipen. Hij zet een kussen in zijn rug en zoekt in zijn tas het huiswerk voor Wiskunde. Zo blijven zijn benen tenminste warm. Misschien zou hij over een uur aan zijn bureau kunnen zitten, maar dan moet hij vaak naar beneden om de kachel bij te houden. Dan zou er van zijn huiswerk weer niets terecht komen. Aangenaam zou het niet worden en waardering krijgt hij niet voor zijn hak- en stookwerk, waarom zal hij zich uitsloven.
Gasrekening
De ellende begon met de hoge gasrekening. Die moest lager, besloot zijn vader. De doe-het-zelver had de oplossing snel gevonden. Samen met een kennis, een verwarmingsmonteur, laste hij een spiraalvormig buizenstelsel in de schoorsteen van de open haard dat werd aangesloten op de radiatoren. Ingenieus prutswerk, goed voor een originaliteitsprijs, maar onpraktisch in het gebruik. De haard is ook eigenbouw, enorm hoog en breed, met een schoorsteen van soortgelijke afmetingen, waarin de spiraal eenvoudig aan te brengen was. Hij trekt als een lier, maar het brandstofverbruik is dan ook als van Hoogovens. Het hout laat zich daardoor nauwelijks aanslepen en het warmteverlies via het rookgat is zo groot dat het effect op de verwarming te verwaarlozen is.
Hellevuur
Als zijn vader thuis is, wordt een hellevuur gestookt dat de woonkamer omtovert in de machinekamer van een middelgroot stoomschip, alles vergeven van as en roet, terwijl de rest van het huis niet te harden koud blijft. Als zijn vader thuiskomt, heeft Charles het nooit goed gedaan, hoewel hij voor zessen nergens meer aan toekomt en vuil wordt als een mijnwerker.
De ruzies werden heviger, de straffen zwaarder dan ooit; het leek Charles of er geen eind aan zijn huisarrest kwam. En dan te bedenken dat de rekening die alle ellende veroorzaakt had vooral zo hoog was opgelopen doordat niet alleen het huis, maar ook een zwembad, dat in de tuin lag, verwarmd moest worden. Ten einde raad over zoveel ruzie en troep had moeder weer eens de joker ingezet en kreeg zij als verjaarscadeau, jazeker: de allesbrander.
Allesbrander
Sinds drie maanden is de ellende beslist afgenomen: minder vuil, de radiatoren worden iets warmer en er is veel minder hout nodig, maar de gloeiende koelkast terroriseert als plaatsvervangend gezinshoofd nog steeds zijn leven. Hij gaat naar beneden om het ding bij te vullen.
Terwijl hij daar mee bezig is, komt zijn oudere broer Arthur de keuken binnen. Arthur zou morgen stookbeurt hebben. Als hij vanavond geen huisarrest oploopt dan kan Charles morgen ontsnappen en bij Menno gaan spelen. Die vent heeft prima ouders. Zijn moeder is ook een goed mens, maar heeft tegen zijn vader absoluut niets in te brengen. Ze wordt geregeld geslagen en omdat hij boven hun slaapkamer ligt, hoort hij wel eens wat. Hij wil zich er zo weinig mogelijk bij voorstellen, maar hij begrijpt niet waarom ze zich telkens weer terug laat halen.
Standvastig
Hij kruipt opnieuw in bed en zoekt zijn wiskundeboek weer op. Ditmaal zal zijn moeder pas weer terugkomen als de verwarming aan gaat en de allesbrander uit.
Charles hoopt dat ze standvastig blijft.
Onderduiken
De vorige keer was hij met haar meegegaan om te ontsnappen aan de open haard en de eindeloze straffen. Ze doken onder bij een vriendin, die een groot oud landhuis bezat, ook een bouwval trouwens. Ze bewoonden er een paar gemeubileerde kamers en er was kabel-tv. Hij vond het fijn om ’s morgens voor school MTV aan te zetten. Video-clips en muziek bij het ontbijt was hij niet gewend.
Moeder vond het best, maakte brood klaar, verwende hem; hij was eindelijk vrij, zonder angst, zonder straf. Veertig kilometer moest hij nu per dag van en naar school fietsen, maar hij was het graag blijven doen. Alles kon, alles mocht. Sonja en haar man Henk hadden een hele plantage van de beste Nederwiet in de tuin en hij mocht ook wel eens een stickie. Maar zijn vader had ontdekt waar ze zaten. Moeder onderhield contact met zijn broer Arthur en zus Corina en dat
vermoedde hij. Vooral door zielig te doen, zette hij hen onder druk, speelde de ontredderde, de misdeelde, die het allemaal niet zo had bedoeld. Bang waren ze allemaal en zo moet hij het adres gekregen hebben.
Brekend glas
Plotseling bood de liefde van zijn moeder weer even weinig bescherming als voor hun vlucht. Het geluid van brekend glas haalde hem op een avond uit zijn slaap. Moeder was elders in huis bij haar vriendin. Hij was naar het raam gegaan, maar het was te donker om iets te kunnen onderscheiden. Moeder stormde binnen en vroeg: “Charles, alles goed met je? Ja, wat is er? Ze antwoordde: “Ik weet het niet precies, Henk is kijken, maar ik geloof dat iemand bezig is de auto te vernielen”. Meteen daarop kwam Henk verslag doen: “Je echtgenoot heeft alle ruiten ingeslagen. Toen hij mij zag begon, hij met een koevoet te zwaaien en te schreeuwen dat ik me met mijn eigen zaken moest bemoeien. Ik heb ‘m maar laten lopen”. Dus Henk is ook bang, verbaasde Charles zich, die grote, sterke Hans, die zoveel onderwereldtypes kende. Hij had wel eens gehoord dat Henk voor een ‘klein bedrag’ elke gewenste auto kon leveren. Als je bestelde, stond hij een week later voor je deur. Iets daarvan moest wel waar zijn, want zelf rookte Charles al weken pakjes Van Nelle shag die hem maar éénvijftig hadden gekost. Zijn eigen angst leek hem ineens heel redelijk. Henk had ook gezorgd dat de auto de volgende dag weer gerepareerd was, moeder was zo wijs niet te vragen hoe dat mogelijk was. Lang zou het plezier daarover niet duren.
Ankie
Een zacht geschuifel en getik van nageltjes leiden hem af. Over de hoge drempel kijkt Ankie de kamer in. Rare naam voor een teckel.
Het beestje was vernoemd naar een nichtje dat kort na Charles’ geboorte was gestorven. Hij roept: “Ankie, Ankie, bollie, kom dan”. Ze heeft moeite haar dikke, pluizige lichaam over de hoge drempel te hijsen.
Uiteindelijk lukt het en schommelt ze op stramme pootjes naar het bed. Hij neemt haar bij zich, wat is ze zwaar voor zo’n klein dier, misschien wel vijftien kilo. Hoe heeft ze dat oude lijf de wenteltrap op gewurmd, met de drempel heeft ze al zoveel moeite? Hij legt haar naast zich in bed, ze vindt het prima, likt een keer aan zijn hand en lijkt vrijwel onmiddellijk te slapen. Ze snurkt tenminste luid, maar dat kan ook van ouderdom zijn. Ze zijn haast even oud, de jaren hebben een echte grijze eminentie van haar gemaakt. Wit geworden van haar neus tot ver boven de ogen, zelfs haar oren zijn gedeeltelijk grijs. De levenservaring heeft haar steeds ongezeglijker gemaakt, alsof ze wil demonstreren dat ze alles al wist. Aan wandelen heeft ze geen behoefte meer en als het regent, blijft ze aan de droge kant van de voordeur staan. Eén oog heeft ze half dicht, het andere open, maar blauw en dof in plaats van bruin, al jaren geleden gedoofd door staar. Ze ziet nog wel al kan het niet veel meer zijn. Ze lijkt eigenlijk meer op een oud aapje dan een hond, vindt Charles. Ze is wel warm in bed.
Hemel
Hij heeft intussen nog steeds niets aan zijn huiswerk gedaan. Met een ruk trekt hij zijn rechterknie op; het boek dat in zijn schoot ligt, valt op de grond. Charles schuift onder de dekens, gaat op zijn linkerzij, met zijn gezicht naar de muur liggen. Hij heeft de hond warm tegen zijn borst. Hij legt zijn hand op het ronde buikje, nog helemaal kaal: geschoren voor de zoveelste operatie waarbij een gezwel is weggenomen. Hij kan de hechtingen met zijn vingers tellen. Het zou de laatste operatie zijn is kort geleden besloten, de bulten groeien te snel. Van wie houdt hij eigenlijk meer dan van dit diertje? Alleen van zijn moeder. Hoe lang zal Ankie nog te leven hebben? Hooguit een paar maanden. Zou ze dan naar zijn gestorven nichtje gaan met dezelfde naam? Naar de Hemel of zo? Charles wild het graag geloven, maar hij kan het niet.
Achtervolging
Met moeder in dat huis was fijn geweest. Jammer dat de rust steeds verstoord werd. De auto was haast nog sneller stuk dan hij gerepareerd was. ’s Avonds waren Charles en moeder vanuit het dorp op weg naar Sonja’s huis, en wie kwam hen daar tegemoet: zijn vader. Hij moet paf hebben gestaan van de snelle reparatie, keerde om en zette de achtervolging in. Charles had moeder zelden zo besluitvaardig gezien. Zo toonde geen zenuwen, kreeg iets verbetens, stopte abrupt bij het eerste, het beste huis, belde aan en werd binnengelaten. Zijn vader was achter hen gestopt, uitgestapt en naar hem toe gekomen.
Uit zijn wenken begreep Daniël dat van hem verwacht werd dat hij het portier zou openmaken.
Hij had onmiddellijk nadat moeder uitgestapt was alle portieren vergrendeld, maar de angst voor de beproefde koevoet was zo groot dat hij het raam toch maar open draaide. Zijn vader had Charles brutaalweg gevraagd hoe het mogelijk was dat de auto zo snel gerepareerd was, hij zat er niet mee zich als dader bekend te maken. Zijn toon was zalvend vriendelijk, zoals Charles hem kende als hij iets gedaan wilde hebben dat niet kon worden afgedwongen. Wat moeder daar binnen deed, wilde hij weten. Charles hoefde zich niet eens van de domme te houden
(iets wat onder normale omstandigheden altijd het verstandigst was) want hij wist het ook niet. Daarop ging zijn vader in zijn eigen auto zitten afwachten. Charles was gedwongen hetzelfde te doen. Na ongeveer een kwartier werd alles duidelijk. Uit richting stad zwelde een sirene aan, daarna zag Charles een blauw zwaailicht aankomen: moeder had de politie gebeld. Zijn vader keerde en scheurde weg, achtervolgd door de politie.
Bijtend zuur
Moeder kwam naar buiten en terwijl ze instapte zei ze triomfantelijk: “Goed gedaan, vind je niet”. Hij gaf haar spontaan een zoen: “Wijs”, meer kon hij niet bedenken. Ditmaal werd de auto ergens in het dorp geparkeerd, maar toch had zijn vader ’s nachts nog met succes rondgedwaald, want de volgende morgen was de Toyota weer zwaar beschadigd. Hij had zich gerealiseerd dat het gebruik van slopersgereedschap in een straat met rijtjeshuizen te veel herrie zou maken; ditmaal had hij een bijtend zuur op de lak gesproeid. De auto reed nog, maar Daniël had ervaring met het opknappen van brommers en hij wist dat de zure plekken binnen een paar dagen zouden gaan roesten en dat was niet door een beunhaas te verhelpen. De overvallen bedierven het vakantiegevoel dat hij met moeder deelde steeds verder.
Milder
Straks zou zijn vader thuis komen, eigenlijk moet hij nu naar beneden om iets aan de kachel te doen. Wat bezielt hem, het lijkt wel of hij minder is dan toen. Hij zoekt naar een verklaring. Het lijkt of zijn vader iets milder
wordt als moeder er niet is. Misschien is haar aanwezigheid voor hem ook wel een last, hij reageert zich in elk geval minder op hem, zijn broer en zus af, met zijn straf kan het daarom wel meevallen. Hij hoort iemand de zolder opkomen, lichte stappen, het zal zijn zusje Corina wel zijn. Ze steekt haar hoofd om de deurpost en vraagt: “Weet jij waar Ankie is?” “Bij mij in bed, ik wil haar graag bij me houden, lekker warm”. Corina is een paar jaar ouder dan hij en voelt zich nu verantwoordelijk: “Als ze dat wil, maar moet je geen huiswerk maken?” “Ben ik mee, bezig, maar kan me niet goed concentreren”, was zijn half ware excuus. “Begrijp ik, maar in bed met Ankie erbij moet er ook niet veel van terecht komen. Volgens mij heb je gewoon geslapen”, veronderstelt Corina. Ik heb het koud”, ontwijkt hij. “Kan mij het ook schelen, ik heb al genoeg aan mijn kop”, keert ze zich bruusk af. “Heb je wat lekkers gehaald?”, bedelt Charles om van het onderwerp “huiswerk” af te zijn. Ze reageert fel: “Hoezo ik, je weet toch dat Gerrie de boodschappen doet?”. Gerrie is het buurmeisje, een eind in de twintig al, dat steeds als moeder een poos weg is het huishouden doet. “Ik dacht dat je daarstraks geld voor boodschappen pakte”, is zijn verklaring.
Gestressed
Ze loopt weg zonder te antwoorden. “Die is net zo gestressed als ik”, is zijn conclusie en Charles voelt zich meteen minder alleen. Hij laat zijn gespannen houding van de betrapte slaper varen en schreeuwt zijn zus na: “Wil je hout op de kachel doen!” Zijn plicht interesseert hem plotseling niet meer. Hij grijpt een boek van de grond. Corina heeft plichtsbesef bij hem wakker geroepen. De stelling van Pythagoras, in de klas meestal Piet Apegras genoemd, schemert voor zijn ogen. Hij kan zich er niet op concentreren, morgenochtend zal hij de handige rose tussenpagina’s met samenvattingen wel doornemen. hij trekt de hond dichter tegen zich aan. Best uit te houden zo.
Ravage
Zijn vader had meer in petto gehad. Een paar dagen later hadden moeder, Henk, José en hij minutenlang naar de zorgvuldig aangerichte ravage gekeken. Er was niet veel stuk, eigenlijk alleen de cd-speler. Als er thuis ruzie was, sneuvelde het apparaat ook altijd het eerst. Zijn vader pakte het dan rustig op, hief het zo hoog mogelijk, hield het een poosje boven zijn hoofd om zich te verlustigen aan de smeekbeden van moeder om het niet te doen, om het tenslotte zonder haast te laten vallen, vertrouwend op de zwaartekracht.
Leedvermaak
Een dergelijk bedachtzaam leedvermaak had ook de werkwijze van deze inbreker beheerst.
De tv was nog heel, dan kon Charles morgenochtend gezellig MTV aanzetten.
Waarom zou het apparaat gespaard zijn gebleven? Hij inspecteerde het. Direct aan de kast was het snoer afgesneden. Als Hans kroonsteentjes had, was het euvel in vijf minuten verholpen. De koelkast stond open, melk, cola en eieren waren weg. De restanten van de eieren waren snel opgespoord. Langs de lange wand, tegenover de deur, waren ze over een breedte van ongeveer tweeënhalve meter op steeds dezelfde hoogte (Charles zou er net bijkunnen) kapotgedrukt. Het zag er zelfs naar uit dat de eieren stuk voor stuk zo lang waren vastgehouden tot ze waren uitgelopen. Er lag vrijwel niets op de grond, maar halverwege de muur ging de traan van eiwit over in een gele streep van struif. Zijn vader had er de tijd voor genomen.
Daarna had hij een fles goedkope, oranjekleurige limonadesiroop leeg gegoten.
Ter hoogte van de eieren liep een dikke streep uit in tientallen kleine stroompjes. Met de grootverpakking van anderhalve liter had hij de rest van de wand besmeurd. Het grote raam in de zijwand had hij overgeslagen. Voor de tegenoverliggende korte wand, waar de tv stond, had hij zo te zien slaolie gebruikt. De deurkant was gespaard gebleven, misschien vond hij het bloemetjesbehang al lelijk genoeg. Waar waren de melk en de cola gebleven? Hij wilde gaan zitten in de enige leunstoel die ze rijk waren om de hele troep goed te kunnen overzien. In het midden van het kussen zat een donkere vlek als van bloed met gedraaide slierten eromheen. De ketchup had zich aan de ontwerper van dit patroon net zo laten kennen als vaak aan Charles: eerst een poos niets, dat aanleiding geeft tot verwoed schudden, dan een onbedoelde klodder en pas daarna pas een stroom naar wens.
De vloerbedekking vertoonde op willekeurige plaatsen natte plekken. Omdat ze kleefden wist hij: cola. Moeder meldde hem dat het zijn bed dat in de kamer stond nat was: melk. Matras verpest. Dat zou binnen een paar dagen gaan stinken als rottend vlees. Het werk was met grote bedachtzaamheid uitgevoerd, vrijwel geen plek was overgeslagen.
Zure matras
De matras hadden ze weggegooid voor hij zuur kon worden en de wanden waren weer enigszins toonbaar gemaakt door er vloerbedekking tegenaan te spijkeren. De veilige vrijheid was definitief voorbij, zijn vader bleek tot veel meer in staat dan Charles ooit gedacht had. Moeder had ingestemd met een gesprek. De allesbrander kwam, moeder ook weer. Hij voldeed gelukkig niet en nu was ze weer weg. Daniël lag zichzelf nu in bed warm te houden. Weer vroeg hij zich af waarom hij nu veel minder bang was dan drie maanden geleden.
Staalblauwe ogen
Zijn horloge laat zien dat hij zeker anderhalf uur heeft liggen slapen en piekeren. Als zijn zus de stooktaak nu maar goed waargenomen heeft. Zijn vader kan nu elk moment thuis komen. Charles wil vanaf nu geen risico lopen opnieuw in slaap te vallen en begint wat Engelse woordjes te leren. Het noodzakelijke stampwerk vereist weinig concentratie, noch intelligentie dat kan hij naast het serieuze denkwerk nog wel aan. Als hij de zolderdeur hoort klappen, zwaait hij lenig uit bed (wat een profijt heeft hij nog van zijn Chinese vechtsport) schuift de oude teckel met zijn linkerhand over de rand, fluistert: “Sorry Ankie”, als het beestje bij het neerkomen door zijn voorpootjes knikt en het vermoeide kopje op de houten vloer slaat, en slingert met de rechter in één beweging een stapel boeken van de grond op het bureau. “Net op tijd weer op de been”, realiseert hij zich. In het licht van de bureaulamp verschijnt een gezicht dat hij te goed kent. Staalblauwe ogen, boven een rode snor, waarvan de punten als van een kolonel bij de Koninklijke Marine zijn opgedraaid. Deze man heeft Charles het rode haar bezorgd, waarmee hij op school zo vaak gepest wordt.
De straf
“Zo, heb je weer niets aan de kachel gedaan”, luidt de geladen begroeting, waarop geen weerwoord mogelijk is. Zo hysterisch als hij tegen moeder kan doen, zo kalm is hij tijdens het uitdelen van straf. Charles verdedigt zich door te zeggen dat hij ook huiswerk moet maken. “Het is heel weinig werk en hij is toch uitgegaan”, hoe kan dat?”, is de vervolgvraag. Overdrijven kan zijn vader als geen ander. Als er tijdens het eten iets gemorst wordt, zegt hij steevast iets als: “Er ligt een kilo aardappels naast je bord.” “Door het hakken en stoken, kan ik bijna geen huiswerk maken”, vraagt hij voorzichtig om begrip. Er komt alleen een bekende reactie: “Dit kost je een week zakgeld”. Charles hoopt dat het contact met zijn vader beperkt blijft tot deze éne ontmoeting vandaag. Hij heeft nog geluk gehad. Het is weliswaar de derde inhouding deze maand, maar hij zal zien of er ergens een auto te wassen valt. Geen huisarrest dit keer, zijn vader lijkt inderdaad milder dan als moeder er is. Hij kan vanavond gewoon naar zijn vriend Menno.
Afschrikking
Zijn broer en zus zijn er ongeveer evenveel bij ingeschoten. Ter afschrikking worden de drie kinderen altijd nauwkeurig op de hoogte gehouden van alle opgelegde sancties.
Weer alleen gelaten, knielt hij, omarmt het hondje dat wazig naar hem opkijkt en wrijft met een wang over haar bruine pluisrug.
Corina stapt binnen. Hij heeft haar niet horen komen. “Ben je weer aangepakt?”, vraagt ze. “Hoeveel?” “Een week, maar”. Hij klinkt zowaar opgelucht. Ze komt het toch te weten. Corina steekt hem drie briefjes van twintig toe. “Voor de rest van de maand en een volgende keer”, fluistert ze, terwijl ze een stap naar achteren doet en haar rug in de deuropening draait. “Ik heb Arthur ook gegeven.” “Ze heeft dus toch geld”, en of ze zijn gedachten kan lezen: “Maak je geen zorgen, hij telt het nooit”. Veranderend van onderwerp, zegt ze dat ze de Ankie mee naar beneden wil nemen en verdwijnt de zolder op. Terwijl Charles aan zijn bureau gaat zitten denkt hij: “Wat een lef, en ik durf nooit iets”.
december 1992