Lieve mam,
Het is een gewone dinsdagmiddag en ineens krijg ik het weer helemaal te kwaad. Ik vraag ik me af waarom ik nog leef zonder jou. Ik wil op bed gaan liggen om een uurtje vergetelheid te zoeken voordat ik een pizza ga maken. Maar ik ben ongedurig. En ik kan nergens terecht met mijn tranen man, dus kruip ik snotterend en huilend maar achter de computer om je een paar regels te schrijven.
Dat ik het afscheid tussen Saartje en Swiebertje heb gezien op Facebook, heeft mijn tranen denk ik uitgelokt. Swieb loopt een bospad af en belooft over een paar jaar terug te komen. Hij verdwijnt langzaam in de verte, slingerend en zwaaiend met twee, zo te zien, lege bruinleren koffers. We weten dan als kijker al dat Swiebertje niet meer zal terugkomen en de koffie nooit meer zal klaarstaan. Vreemd symbolisch, ook jij komt nooit meer terug. Een paar regels na ‘Lieve mam’, ben ik weer voor even uitgehuild. De laatste dagen ging het wel; ik had zelfs even geen behoefte om je te schrijven, maar nu voel ik me plotseling moe en moedeloos en is schrijven het enige dat een beetje troost biedt.
Remedie
Na de pizza probeer ik toch een beetje te slapen. Het lukt niet. Ik denk aan een jaar of tien terug, toen je me liet zien waar je als kind op school gezeten had en je later nog een aantal maanden als invalkracht hebt gewerkt. Ik probeer me voor te stellen hoe de kruising van Balijelaan, Croeselaan en Rijnlaan eruit moet hebben gezien in jouw jeugd. Ik neem aan dat de tram er nog liep. Het zal toen ook al druk geweest zijn, maar met veel minder auto’s. Jullie gezin heeft er om te beginnen nooit één gehad. Hoe je dat kruispunt elke dag zonder kleerscheuren overgestoken bent van Bolksbeekstraat naar Noordzeestraat, en terug, is me een raadsel. Ik neem aan dat je met je broertje Rob opliep en wat later je zusje Clara moest helpen oversteken. Misschien is het allemaal heel anders gegaan; ik baseer me alleen op de leeftijdsverschillen, E is niemand meer om te bevragen: jullie zijn alledrie dood. Ik schrijf dit stukje, omdat die herinnering aan ons bezoek aan je school weer zo dicht bij kwam, dat de tranen kwamen en de paniek me overviel dat dit nooit meer over zal gaan. Je sterfdag komt dichterbij, misschien heeft dat ermee te maken. Zeker weten doe ik het niet en misschien is het morgen weer over. Wat goed afleidt, behalve schrijven, is fietsen op de rollerbank, maar dat heb ik vanmorgen al gedaan. Het is momenteel erg regenachtig en het schemert al. In elk geval heb ik weer een huilbui gedoofd door een stukje te schrijven: mijn enige echte remedie tegen een vlaag van wanhoop.
Dankbaar
Ik zou vast dankbaar moeten zijn voor het leven in redelijke gezondheid en zonder grote zorgen. Als ik de klasjes naga met jongens en enkele meisjes, waarin ik gezeten heb op de Mytylschool, dan zijn weinigen nog in leven of op eigen benen: Inge is dood, Karel is van de trap gevallen, spastische Remco heeft welbewust zijn suiker laten versloffen tot de dood erop volgde; Ida zit veilig opgeborgen in een psychiatrische kliniek en mijn vriend Benno stierf op z’n drieënveertigste aan longkanker. En ik, ik ben er nog en kan me nog steeds niet voorstellen dat jij er nooit meer zult zijn, terwijl je mijn leven lang in de buurt was.
Tot later,
Tuur
PS: ik denk dat dit de laatste brief wordt voordat ik jarig ben. Dan zijn het er tweehonderd, op drie na, als ik goed geteld heb. Dan heb ik nog twee weken tot je sterfdag om de tweehonderd te halen. Meer dan één brief in de twee dagen, gemiddeld en dat een jaar lang. Ik heb de facto bijna elke dag aan je geschreve, maar soms even gewacht met publiceren, totdat ik vond dat een brief was afgerond. De eerste honderd brieven schreef ik in tweeënhalve maand; dat zegt alles over hoeveel ik toen om je huilde. Hulen en schrijven als afleiding, gaan vanaf je gang naar de hospice hand in hand, mam.