Twee vaders

Vanaf mijn twaalfde heb ik twee vaders, althans een stiefvader annex opvoeder en een soort suikeroom die eerder voor mijn moeder lijkt te komen dan voor mij. Ik heb ze nooit intiem zien doen, niet zoenen ofzo. Daarvoor is mijn stiefvader meestal te dicht in de buurt. Altijd in concurrentie om de gunst van mijn moeder. Ze vertelt dat Bert mijn vader is om me te troosten. Mijn stiefvader kan nogal onbehouwen zijn; heeft losse handjes en van pedagogiek geen kaas gegeten. Het kan dus ook zijn dat mijn moeder hem gewoon een hak wil zetten; ook zij heeft veel van mijn opvoeder en haar echtgenoot te duchten. Ik herinner me niet dat ik overmatig blij was met die ontboezeming; ik vond het waarschijnlijk vooral verwarrend. Wat mij betreft verandert er niets in de verhouding met mijn twee vaders. De één blijft de vader die hij is geweest, sinds hij me baby erkent als zijn zoon, de ander blijft suikeroom op afstand. De een leert me zwemmen, de ander fietsen. Ik krijg altijd meer cadeau’s dan de andere kinderen, maar heb wel altijd het idee dat het “een rib uit het lijf” van de suikeroom is.

Mecanospeelgoed
Een verhaal dat ik me niet herinner, maar dat uit de koker van één van mijn halfbroers komt, is zo wrang dat het wel eens waar zou kunnen zijn. Ronald vertelt dat hem gevraagd wordt wat hij het liefst wil hebben. Het blijkt Mecano te zijn, metalen bouwspeelgoed dat eind jaren zestig minstens zo populair is als Lego later. Duur ook. Vervolgens gaan vader Bert en Ronald een grote doos Mecano kopen, waarna het bij ons gezin wordt afgeleverd. Ik ben er dan volgens mij nog te klein voor, want ik heb er nooit mee gespeeld. Mijn halfbroer Ronald is twee jaar ouder. Heel goed mogelijk dat dit ook echt zo gebeurd is; ik kan me voorstellen dat dit bij een kind lang blijft hangen en het past bij de narcist die man vader is: empathieloos; die graag goede sier maakt buiten zijn eigen gezin.

Concurrentie
In mijn puberteit heb ikzelf twee buitenboordmotoren; een oude van Bert en een nieuwe Yamaha van mijn stiefvader, waar mijn stiefvader de oude uiteindelijk moet repareren, waarbij zijn commentaar: “ik heb wel een paar boutjes over, vind je dat erg”? Voor hem kenmerkende humor. Op het startmechaniek heeft hij ingenieus een vliegwiel gelast en met een stuk touw trek ik hem op gang. Mijn twee vaders blijven in concurrentie om de gunst van mijn moeder en mij, Als ik een jaar of zestien ben en deze werkelijkheid ga doorzien, krijg ik medelijden met mijn stiefvader: het lijkt me vreselijk om nooit geliefd te zijn en altijd de mindere te moeten zijn van iemand die op de achtergrond goede sier maakt.

Gedogen
Soms is mijn biologische vader welkom; dan weer tijdenlang niet. Mijn vader en stiefvader die ook mijn opvoeder is, verdragen elkaar. Mijn stiefvader wil waarschijnlijk mijn moeder behagen en weet dat een vorm van omgang onvermijdelijk is, nu ik weet dat ik een tweede vader heb. Hij is er van overtuigd dat mijn moeder en verwekker nog steeds “iets” hebben, toch gedoogt hij Bert. En Bert verdraagt Theo, hoewel hij op de kleine scharrelaar neerkijkt die materiaal van de baas steelt om aanhangwagens te bouwen en achter diens rug om wasmachines verhuurt. Soms zijn ze dief en diefjesmaat. Zo lassen ze samen twee dure schade-auto’s in elkaar tot één nieuwe Ford Mustang. Het komt uit. De overgespoten verschillende kleuren lak worden zichtbaar.

Dief en diefjesmaat
Dief en diefjesmaat zijn ze ook  als ze me opzadelen met een belastingschuld, omdat de één een gat in zijn boekhouding heeft en de ander dat wel wil helpen dichten: Bert zou mijn opvoeder 50.000,00 gulden betalen voor mijn levensonderhoud. Nooit gebeurd, want zo gul is hij niet, maar als ik begin aan mijn studie, probeert de fiscus het wel op mij te verhalen. En op grond van de omgekeerde bewijslast, heb ik geen poot om op te staan: hoe kan ik bewijzen dat ik dat geld nooit heb ontvangen? Hoe kan ik geld laten zien dat er nooit is geweest? Ik moet het maar bij mijn twee vaders gaan opeisen, vindt de Belastingdienst. Zo smeren dief en diefjesmaat me een belastingzaak aan, die me 18 jaar achtervolgt en waardoor ik als student geen teruggave krijg als ik een bijbaantje heb. Als ik hen aanspreek op compensatie, wijzen ze naar elkaar. Als ik een aanklacht tegen hen indien wegens valsheid in geschrifte, bedreigen ze mijn advocaat zo erg, dat hij zich van de zaak terugtrekt. Dief en diefjesmaat in optima forma over de rug van hun eigen kind. Het loopt voor mij uiteindelijk met een sisser af. Mijn schuld wordt na 18 jaar als oninbaar door de fiscus afgeboekt en gesloten.

In financiële zin heb ik verder niets aan mijn vader; een korte periode draagt hij 200 gulden per maand aan mijn studie bij; maar als ik het geld naar zijn zin, aan de verkeerde dingen besteed, trekt hij zijn bijdrage weer in. Wel is hij nadien apentrots op het doctoranduskind dat hij heeft verwekt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *