Boekscout
Een vroegere liefde van mij beoogt een kinderboek uit te geven via de veredelde copy-shop: Boekscout. Ieder die een behoorlijk aantal letters min-of-meer leesbaar achter elkaar kan zetten, mag daar de auteur spelen, inclusief heus royalty-contract.
Nu geloof ik best dat er inhoudelijk goede manuscripten tussen zitten, waarvoor de auteur domweg de juiste uitgeverij niet heeft gevonden, de markt te klein is of waaraan veel redigeerwerk vastzit, maar wat ik op hun website aan previews heb gezien, was ronduit bagger. Aan de hand van twee pagina’s tekst kan ik niet beoordelen, of de plot wellicht goed is en het schrijfwerk slecht. Het gaat in elk geval om teksten die niet te redigeren zijn, want dan zou een gewetensvolle redacteur het gehele manuscript zin voor zin moeten herschrijven. Dat kan natuurlijk niet, dus wijst een serieuze uitgeverij het manuscript af.
Over Wobke en Camelia
Het kinderboekje is anno maart 2025 uit. Een tweeënhalve pagina”s tekst moeten als smaakmaker dienen:
‘Oké.’ Als hij de drank ingeschonken heeft en naar de kameel loopt, staat zij al met haar snuit naar voren. Voorzichtig zet hij de beker aan haar lippen. Gulzig slurpt zij het sap naar binnen.
‘Mmm, dat was lekker. Nu mag je mijn bek afdrogen met het doekje. Dank je wel. Kom hier, dan krijg je een dikke zoen.’ Voor-
dat Wobke iets kan zeggen of doen, krijgt hij de glibberige lippen van de kameel tegen zijn wang gedrukt. De hele zijkant van zijn gezicht zit onder het slijm.
‘Jakkes, bah!’ Met een doekje wrijft hij het slijm van zijn gezicht.
‘Nou dag hoor, ik ga maar weer, dag,’ zwaait hij naar Camelia. Hahahahaha, lacht de kameel. Zelfs als hij al verder weg is, hoort hij haar nog lachen.
Kritiek
Allereerst: Hoofdfiguur Wobke kan met dieren praten als hij een speciale pet opzet. Maar Dikkerdje Dap had toch ook geen attributen nodig om met de giraffe te praten, evenmin Erik uit het Kleine Insectenboek? Jonge kinderen vragen zich ook niet af waarom Sinterklaas cadeaujes brengt. Dat dieren in verhaaltjes praten is een feit en behoeft gen verklaring. Kijk naar Tommie en Pino uit Sesamstraat. De auteur had er goed aan gedaan wat dierenverhalen te lezen in plaats van een stel to-be-killed darlings af te stoffen en uit te geven. Schrijven is schrappen heb ik geleerd.
Dan voorbeelden van hoe het niet moet:
Als hij de drank ingeschonken heeft en naar de kameel loopt [overbodige zin] = Camelia staat al klaar of: met haar snuit naar voren [zo kan het wel] als Wobke de beker aan haar lippen zet.
– [Anders is het ongelukkig geformuleerd]: staat zij al met haar snuit naar voren. Zou ze ermee naar achteren moeten staan, soms?
– Hahahahaha, lacht de kameel: volgens mij is dat dubbelop. Een kameel, bromt, gromt of blaat. Grommen wordt door kinderen geassocieerd met een leeuw, brommen met een beer, dus lijkt blaten meer op z’n plaats. Het zinnetje zou dan kunnen worden: Bahabahababaha, lacht Camelia. Zoals gezegd, zelfs dit kleine stukje tekst, zou in samenspraak met de auteur zin-voor-zin herschreven moeten worden.
Zoals dit regulier correctiewerk, maar zelfs dat heeft de uitgever nagelaten:
– De hele zijkant van zijn gezicht zit onder het slijm = Zijn halve gezicht zit onder het slijm. [vereenvoudiging en versnelling van de tekst].
– ‘Jakkes, bah!’ Met een doekje wrijft hij het [slijm = het] van zijn gezicht. [Twee maal het woord ‘slijm’ achter elkaar staat lelijk, is onnodig en maakt van de vriendelijke Camelia een vies beest.]
Zelfs als hij al verder weg is = Op weg naar huis [korter en concreter]
– En verder: waarom zou een pratende kameel niet van zichzelf mogen vinden dat ze een mond heeft?
– Het beeld van de kameel met de kwijlbek is een cliché (een koe kwijlt ook als ze gedronken heeft) en dus overbodig en lijkt slechts te dienen om het verhaaltje te vullen.
– Waar je kleurrijke details had kunnen toevoegen, bijvoorbeeld over hoe Wobke de bek van Camelia schoonpoetst, laat je dat na. In plaats daarvan kies je voor de obligate slijmzoen.
– Wobke heeft net Canelia’s bek schoongeveegd met een doekje, wat naar mijn idee een flinke lap zou moeten zijn. Heeft Wobke dat zo slecht gedaan dat hij direct daarop een slijmzoen krijgt?
– Waarom komt de aardige naam Camelia niet vaker in het stukje voor, evenals de naam: Wobke? Door het gebrek aan afwisseling tussen namen en hij/zij-aanduidingen wordt het tekstje saai en traag. Bovendien gaat achter een naam een persoonlijkheid schuil, in dit geval ook van een kameel.
– Als het nu eens zou gaan over een zwart meisje met dikke lippen, die Wobke een natte peuterzoen geeft? Zou hij dan ook zijn gezicht afvegen? Met andere woorden: ‘Het slijm’ geeft een beeldend effect, maar dat Camelia lacht, terwijl Wobke, haar zoen feitelijk maar vies vindt, is een pure meevaller. Ze zou er evengoed verdrietig om kunnen zijn. Educatief zou dat het verhaaltje veel spannender hebben gemaakt en de meerwaarde hebben gegeven van hoe botte afwijzing voelt. Je hebt er als auteur en adolescent zelf mee te kampen gehad. Waarom dan dit, in godsnaam !
– De handeling lijkt me ten slotte nodeloos ingewikkeld voor een vierjarige. Het hele idee van de pet als praathulpmiddel is feitelijk overbodig.
De bovenstaande paar regels kan ik eindeloos blijven fileren op tekstuele en inhoudelijke zwakheden en omissies, maar redigeren is onbegonnen werk, zoals je ziet. Zelfs als je alle bovenstaande suggesties op het verhaaltje zou toepassen, is het nog niet ‘af’, leuk of grappig naar mijn smaak.
Twee andere pagina’s gaan over een groep olifanten die Sipke ontmoet in de dierentuin, hoewel de auteur ook het woord ‘piste’ gebruikt, wat de suggestie van het circus wekt. In dit verhaaltje blijkt Sipke een uiterst verwend, humeurig jongetje dat niet tegen zijn verlies kan; allesbehalve grappig dat geen enkele ouder redelijkerwijs aan zijn kind ten voorbeeld zou willen houden. Ook hier weer de gangbare clichés over olifanten: groot, sterk, met gevoelloos dikke huid en dikke konten, waarin elke originaliteit ontbreekt. Ook hier zijn de dieren vrijwel anoniem, omdat ze niet of nauwelijks bij naam worden genoemd. Bloedsaai, maar als het de bedoeling is een voorgelezen peuter van verveling in slaap te laten vallen, dan gaat dat zeker lukken.
Ik vrees dat dat voor de overige 87 pagina’s ook geldt. De auteur schrijft op haar blog kritisch te zijn op het eindresultaat. Dat geldt dan helaas niet voor de inhoud.
Een gemiste kans. Ik ben benieuwd naar eventuele reviews. Familie en kennissen zullen wel vier en vijf sterren geven en negatieve feedback zal de auteur afwijzen, want zo werkt Boekscout en marketingtechnisch zijn matige reviews niet gunstig voor de verkoop.
Een ouder met een beetje kritische zin, moet hier toch doorheen prikken, zeker gezien de hoge prijs van het boekje. Ik ben razendbenieuwd naar Ida’s marketinginspanningen op internet en de eventuele feedback. Ik ga zeker één exemplaar kopen en ter beoordeling voorleggen aan de zoons van een vriend die kinderen in de kleuterleeftijd hebben.
Feedback
Meer dan twintig jaar geleden heb ik een aantal van deze aspirant-verhaaltjes gelezen en van feedback voorzien. Destijds waren ze al door meerdere uitgevers afgewezen, meen ik me te herinneren. Ik had met mijn kersverse vriendin te doen die op dat moment vanuit een kwetsbare levensfase bezig was op te krabbelen. Ik meen dat ik toen onder andere heb aangegeven, dat hoofdfiguur Wobke een sociale achtergrond nodig had, zoals een vader en moeder. Ik denk dat mijn zorgvuldig verpakte kritiek Idaq nog moedelozer maakte dan ze al was. Destijds wenste ik mijn vingers al niet te branden aan een redactieslag; de verhaaltjes waren gewoon niet rijp, niet ‘af’ en vermoedelijk zijn ze dat nog steeds niet. Arme Ida en arme ik, want na 15 jaar durf ik haar niet meer onder ogen te komen. Op internet spreidt ze ondertussen zonder schroom al haar half werk ten toon. Soms lach ik erom, soms schud ik meewarig mijn hoofd.
Niet uitgeefwaardig
Ik vraag me af waarom aspirant-auteurs zelf niet zien dat hun manuscript niet uitgeefwaardig is. Ze moeten lijden aan ernstige zelfoverschatting, niet aan zelfreflectie doen, niet aan zelfrelativering en feedback opvatten als neerbuigende kritiek die leidt tot onnodig meerwerk. Bij de talentenshow Idols werd valszingen gewoon uitgezonden als vermaak, dus waarom slecht schrijven dan niet uitgebracht? Boekscout heeft er een verdienmodel van gemaakt. De droom van een eigen boek komt uit, zoals een staatslot de droom van onmetelijke rijkdom belichaamt. Je zou zeggen dat de directe sociale omgeving als ouders, broers, zussen en vrienden iemand tegen zichzelf in bescherming nemen, maar waarschijnlijk zijn de meeste van deze wish-to-be auteurs al te ver heen om nog bereikbaar te zijn.
Borderline
Mijn ex was behept met een borderlinestoornis, dus vrees ik dat ze met dit uitgeefproject de ondergrens heeft opgezocht na een vijftal eerder mislukte projecten. Triest om te moeten aanzien: alles wordt impulsief gestart, vrijwel niets komt van de grond en als Ida meent dat het ‘af’ is, vloeit de interesse weg en eindigt het werk in een wanproduct of een wanpresentatie, of beide. En blijkbaar niemand die nog durft te zeggen dat ze boven haar macht grijpt. Het oogt zielig, maar wat zou het, zolang Ida er zelf geen last van heeft? Zalig zijn de onwetenden. Maar ze heeft wel een boek uit in navolging van haar zus en daarom was het Ida begonnen: het verwerven van erkenning. Ze ziet zichzelf als kunstenaar en nu ook als auteur: een multi-talent dat in werkelijkheid een enthousiasmerend docent is. In plaats van zich daarop te focussen, versnippert ze haar aandacht tot er niets van waarde overblijft en de erkenning uitblijft, waarnaar ze snakt.
Reguliere uitgeverij
Het omgekeerde van een traject via Boekscout als laatste strohalm komt ook voor. Enkele jaren geleden las ik een aangrijpend boek over Haagse kinderen die hout stalen uit gebombardeerde of anderszins ontmantelde huizen. Een werkelijk prachtig geschreven en aandoenlijk verhaal vol spelfouten. De auteur had alleen lagere school en wilde blijkbaar uitbrengen wat hij beleefd had: niets meer en niets minder. Proeflezen en een redactieslag pasten daar blijkbaar niet bij. Dat is de feitelijke overeenkomst met het verhaal hierboven. Het werd een uitgave in eigen beheer dat ik bij toeval tussen duizenden e-books vond. Dit boek van Hans Berkhout had makkelijk een reguliere uitgeverij gevonden. Spelfouten verbeteren en wat herhalingen schrappen over de werkwijze van het houthalen en -zagen en een prachtig, onbekend oorlogsverhaal had een veel groter publiek bereikt.
Lees: Hans Berkhout – Vergeten kinderen in de hongerwinter. Ook vol d/t-fouten een absolute aanrader.