Lieve mam,
Moest weer erg om je huilen vandaag. Vandaar dat ik niet graag uit bed kom. Het enige, waarmee ik het een beetje kan dempen, is schrijven. Schrijven geeft het gevoel dat ik het verdriet omzet in iets positiefs en het vereist concentratie die afleidt. Vandaag draaien de huilbuien, zoals vaker, om het gevoel dat ik geen afscheid van je heb genomen toen het nog kon. Nu haast onvoorstelbaar als ik bedenk dat we beiden wisten dat het een afscheid voor altijd zou zijn. Misschien juist daarom dat we het uit de weg zijn gegaan.
Ik durfde niet, ging de confrontatie uit de weg; bang om je met de dood te confronteren en jij wilde niet denk ik, omdat je andere kinderen dat voor je hadden beslist. En ik was zo stom om mijn kop ernaar te laten hangen. Maar waarom heb ik je niet woordenloos omhelsd en voor het allerlaatst geknuffeld? Waarom niet in vredesnaam? Te verliezen hadden we niets meer; jij moest toch gaan.
Uitgemergeld
In plaats daarvan staat je bleke koppie op mijn netvlies gebrand, zo onopgemaakt, zelfs zonder lippenstift, terwijl dat een levenlang belangrijk voor je was. Je rimpelige, door kanker uitgemergelde koppie met je parelgrijze haar en paardenstaart, machteloos naar links opzijgeknikt. En je knieholte ontsierd door, in je bed verwaalde klapkauwgom, waarvan ik dact dat het een spatader was.
Klein rocheltje
Geen echt afscheid, want je lag al in een soort coma, maar in je laatste uurtje hield ik een tijdje je hand vast en herinner ik me het kleine rocheltje dat in je adem was geslopen, omdat je niet meer slikken kon ( je haalde adem met speekselbelletjes in je keel). Je had er geen last van, verzekerde de verpleegkunige ons. Het benadrukte voor mij je machteloosheid, net zoals je kleinheid in het grote hospice-bed.
Doornroosje
Toen ik even was gaan lezen in de zonnig-warme juni-tuin van de hospice viel je plotseling stil, helemaal stil. Voor altijd stil. Voor het moment troost ik me ermee dat het maar voor honderd jaar zal zijn. Corry in de rol van Doornroosje, maar dan eentje die al oud was toen ze in slaap viel. Ik zal er niet meer zijn om je op te vangen, maar dat geeft niet. Ik gun je nu alvast een betere partner dan de praatjesmakende pseudoprins die mijn vader was of je gewelddadige ex-echtgenoot. Een partner die je in de tweede helft van je leven zou hebben beschermd tegen het zelfzuchtige claimgedrag van je liefhebbende dochters. Het heeft niet mogen zijn.
Slaap zacht, mam
Tuur
PS: Toch maar weer een brief geschreven tegen de huilbuien, zoals ik meestal doe.