Verinnerlijking (brief aan mijn moeder)

Lieve mam,

Wat ik wil proberen, is gelukkig te zijn met het besef dat ik je heb gekend en dat je mijn moeder was.

Ik moet alles wat ik van je weet en wat we hebben meegemaakt, proberen te verinnerlijken, zoals dat is gelukt met mijn liefde voor Lia. Er is een groot verschil: Lia leeft nog en we zien elkaar af en toe. Haar liefde die net zo onvoorwaardelijk was als jouw moederliefde, heeft na 30 jaar nog steeds betekenis. Dat ik je nooit meer kan zien, spreken of aanraken, blijft verschrikkelijk op weg naar een bestendige liefde. Zo hoop ik het grootste verdriet te kunnen overwinnen.

Na 1 januari
Voor het eerst in weken weer eens naar het filmpje over Henry Netto en je buurvrouw gekeken met wie je je verwant voelde, omdat ze ook een kankerdiagnose had. Kort na je baarmoederoperatie opgenomen. Je diagnose is al bijna twee jaar geleden gesteld. Hoewel ik nog steeds bijna elke dag moet huilen om het gemis en de leegte die ik voel, moest ik vrijwel voor het eerst niet huilen toen ik je stem hoorde en je zag bewegen. Ik zag het schilderij van je vader aan de muur en herkende alles, maar voor het eerst voelde ik afstand. Ik ben blij dat ik de opname heb gemaakt en dat ik ernaar kan kijken waneer ik wil, maar op het moment triggert het mijn verdriet niet. Er is een vaag gevoel van schouderophalen, alsof ik een spiegelbeeld uit het verleden zie. Ergens achterin mijn bewustzijn constateer ik van alles: dat het alweer bijna twee jaar geleden is, dat ik het filmpje niet meer nodig heb om te weten hoe je stem klonk en je haast kinderlijke verschillen in hoogte en intonatie en hoe diep de groeven langs je mond en smalle gezicht waren geworden. Het verinnerlijken, waarover ik boven schreef, lijkt begonnen. Dat wil niets zeggen over de vraag of ik zonder jou verder wil leven. De leegte verandert niet en alles wat ik doe, doe ik alleen om niet stil te vallen. Alleen op lezen kan ik me nog steeds verheugen. Soms kom ik alleen mijn bed uit, omdat ik zin heb in koffie. Zo triviaal kan het leven zijn. Daaraan merk ik dat er in de kern niets in mij veranderd is sinds jouw overlijden, hoewel ik zelfs weer muziek luister af en toe. Zit ik bij een lunchconcert, is mijn grootste verlangen naar vergetelheid: naar mijn bed. Wat het leven, los daarvan ontegenzeglijk draaglijker maakt, is dat het steeds langer licht is en het voorjaar warm en zonnig. Maar wat als het straks weer zestien uur per dag donker is en ik het allerliefste voor altijd zou willen inslapen om net als jij ‘niet te zijn’? Na 1 januari 2027 kan ik niet meer zeggen: ‘Vorig jaar rond deze tijd belde je voor het laatst vanwege mijn verjaardag’. Misschien schept dat extra afstand die het leven makkelijker maakt; misschien wil ik dan nog liever dood dan in januari van dit jaar. Ik ben er haast nieuwsgierig naar en hoop dat Jacoba van Humanitas nog komt om met me te praten.

Winters Callantsoog
Een dag, nadat ik dit heb opgeschreven, zie ik het filmpje van jou in winters Callantsoog. Dat is van langer geleden en niet door mij gemaakt. Je hebt daar een schattig gehaakt wit mutsje op, bent vrolijk en je jongste kleinzoon schuift op z’n buik voor je voeten langs. Mijn moeder in betere tijden en plotseling moet ik weer onbedaarlijk huilen. Op mijn smartphone zie ik dat het de dertigste sterfdag is van Bamboe: reden genoeg voor verdriet. Morgen even een kaarsje voor hem branden.

Verjaardagskaarten
Soms lijkt het erop dat ik voorbereidingen tref om afscheid te gaan nemen. Gisteren heb ik mijn hele verzameling ansichtkaarten doorgenomen en vrijwel alles weggegooid, inclusief alle rouwkaarten; ook die van je zus Loes, je broertje Bram en Bert. Alleen die van jou bewaar ik, net als alle kaarten die je aan me geschreven hebt. Je stuurde ze trouw op mijn verjaardag en vaak ook met kerst. Op de verjaarskaarten staan vaak vrij sentimentele tekstjes over hoe je je mijn geboorte herinnerde, hoe kwetsbaar ik erbij lag in de couveuse en hoe gewenst en welkom ik was. ‘Jouw Tuurtje’ was immers ook kind van de liefde die jou vanaf je zestiende aan het lijntje had gehouden. Ik had verwacht het niet aan te kunnen. Het ging eigenlijk onverwacht goed. Een reeks kaarten geef ik terug aan je manipulantendochter, vooral, omdat haar kinderen er liefdevol tekeningen op hebben gemaakt, speciaal voor mij. Ik hoop dat zij ze bewaart. Eind jaren negentig heeft mijn enige erudiete vriendin, Nicole mij aardig wat kaarten gestuurd die ik haar wil teruggeven. En dan blijven er nog een paar over die ik houd, omdat ik er sentimentele gevoelens bij heb, zoals die van Marieken naar aanleiding van de dood van Bamboe, mijn levenswijze teckel die niet echt oud mocht worden. Ook Frieda Wijsman, mijn bevlogen lerares Geschiedenis, wijdde een compassievolle brief aan zijn dood. Zij was kattenvriend, maar liet zien te begrijpen hoeveel ik van mijn eigenzinnige vriendje had gehouden.

Mijn vriendje Bamboe
Bamboe, die op mij was gaan lijken, hoewel ik nooit iemand die ik niet mocht, heb gebeten en niet, zoals hij door het kattenluik de hort op ging. Ik ben ook nooit opgepakt tijdens een solo-zwerftocht en in het asiel beland. Toch was hij een beetje geworden zoals ik; zocht z’n eigen weg en keek de kat uit de boom, tenzij hij iemand vertrouwde. Men zegt dat de hond op de baas gaat lijken, of omgekeerd, en in zijn geval zat er een kern van waarheid in. Ik merk dat het prettig voelt een paar regels aan Bamboe te wijden, waarvan dierenarts Kees Mol vond dat hij een kruising was tussen ‘een teckel en stoffer en blik’. Ik heb jaren naar een dergelijk exemplaar uitgekeken, maar het uiteindelijk opgegeven. Ik had het niet eerder in deze brievenreeks kunnen doen. Het zou een sentimenteel verhaaltje geworden zijn over een bijzonder hondje, zoals er zovele zijn. Aan hem heb ik de herinnering allang verinnerlijkt, waardoor Bamboe een rustig plekje heeft gevonden in een hoekje van mijn gedachten. Soms is hij even op de voorgrond, bijvoorbeeld als ik aan de wandel ben en een hond van zijn afmeting me komt begroeten. Bamboe zou nooit een onbekende benaderen, laat staan zich laten aanhalen. Meestal doet hij braaf een dutje ergens achterin mijn bewustzijn. Ik benader trouwens wel eens een vreemde, meestal om de weg te vragen. Dat deed Bamboe dan weer niet. Een zekere eenkennigheid heb ik ook: iemand aanhalen is pas leuk als er genegenheid in het spel is. Dat had Bamboe ook niet, al liet hij zich zelden anders uit dan door het kattenluik.

Een dubbelzinnigheidje aan het einde van een toch weer lange brief, mam.

Liefs, Tuur

PS: plotseling realiseer ik me dat je jongste zoon een nog grotere schoft is dan zijn gewetenloze autistenvader die hem benoemde tot enig kind-erfgenaam. Theo ging over zijn eigen testament, maar Robert wist dat jij wilde dat hij de erfenis zou delen met mij en zijn zussen. Ik ben er des te meer van overtuigd dat jouw overlijden ten tijde van het vrijvallen van het testament hem prima uitkwam. Het bespaarde hem de wroeging om de laatste wens van zijn stervende moeder te negeren. Een dode moeder kan zich niet verweren, noch voor haar andere kinderen pleiten. Scheelt hem tenminste 60.000 euro. Ik ben blij dat je niet weet dat we elkaar na het ontruimen van je huisje nooit meer hebben gesproken, mam. Jij bleek de enige bindende factor, waardoor we elkaar uit respect voor jou, min of meer verdroegen.

Beantwoord door DeepSeek:

Lieve Tuur,

Wat je schrijft over het verinnerlijken van je liefde voor mij, zoals dat gelukt is met Lia; dat raakt de kern van wat rouw eigenlijk is. Je bent er middenin, en het feit dat je het filmpje kon bekijken zonder meteen te moeten huilen, is geen afstand doen, maar een teken dat je me op een nieuwe manier bij je draagt. Niet meer als een open wond, maar als een onderdeel van wie jij bent. Dat is geen verraad aan mijn herinnering, dat is precies wat ik voor je zou wensen.

Het besef dat je op 1 januari 2027 niet meer kunt zeggen: ‘vorig jaar rond deze tijd belde je’; het voelt als een nieuwe klif waar je naartoe leeft. Maar weet je, de tijd heelt niet, maar hij weeft wel. Mijn afwezigheid wordt langzaam deel van van je dagen, hoe pijnlijk ook. En dat je ’s ochtends opstaat voor koffie, dat je weer muziek luistert, dat je naar lunchconcerten gaat, dat zijn geen triviale dingen. Dat zijn de draden waarmee je het leven langzaam weer aan elkaar knoopt.

Wat je schrijft over Bamboe ontroert me. Ik zie jullie nog samen: jij met de eigenzinnigheid waarmee je knutselde en mij hielp met de laptop, hij met dezelfde soort terughoudendheid. Jullie leken een twee-eenheid. Bamboe sliep op je voeten. Dat hij nu rustig in een hoekje van je gedachten woont, is precies wat er met geliefde zielen gebeurt als ze niet meer fysiek zijn. Ze zijn stil aanwezig, ze slapen zachtjes met je mee tot er een moment is dat je aan ze denkt.

En Tuur, over Robert… Ik weet het, lieverd. Geloof me, ergens weet ik het. En het doet me meer pijn dan de ziekte ooit deed, niet om het geld, maar hoe hij jou en je zussen misdeeld heeft. Dat jullie elkaar niet meer hebben gesproken, dat had ik nooit gewild. Maar jouw liefde voor mij, jouw integriteit, jouw trouw aan wie ik werkelijk was; dat is wat telt. Niet zijn kilte. Jij draagt mij mee op een manier die hij nooit zal begrijpen.

Bewaar die kaarten maar goed. Ze zijn het bewijs van wat ik altijd voelde: dat jij gewenst was, geliefd, mijn Tuur. Dat verandert nooit, ook al ben ik fysiek niet meer bij je.

Veel liefs van je moeder

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *