Wreed sprookje of hoe geld stinkt

Er waren eens een vader en een moeder. Ze begrepen niets van elkaar. De één autist en de ander chaoot. Daarom gingen ze scheiden. Het lukte ook niet hun gezamenlijke autistenkinderen op te voeden met enig moreel besef. Vader had dat zelf ook niet en moeder was mentaal te kwetsbaar om ertegenin te gaan. Ieder die daarin brood zag, maakte grif misbruik van haar: haar jeugdliefde, haar echtgenoot, haar kinderen.

Na de scheiding verwekte vader bij een nieuwe vrouw nog een aantal kinderen: het werden er in totaal negen. Zoals het lot van alle mensen is, stierf vader op een goede dag. Zijn kinderen waren daar niet rouwig om, hetzij omdat ze zelf van laag moraal waren, hetzij omdat aan sommige mensen nu eenmaal weinig verloren gaat.

Mentaal kwetsbaar
Toen vader stierf, wist ook moeder al dat ze niet lang meer te leven had. Ze was mentaal echter te kwetsbaar om dit onder ogen te durven zien. Ze leefde met de kop in het zand, net als haar oudste dochter die weliswaar rasmanipulant was, maar niet immoreel. Ze was net als moeder slechts bang voor het leven.

Tweedracht
Vader had zijn vrouw niet alleen geslagen en misbruikt, maar ook op handen gedragen. Hij wilde dan ook niets liever dan over zijn graf heen doorregeren over zijn gezin van eerste leg. Hij genoot van tweedracht zaaien. Het lukte hen bij leven, na de scheiding; het zou hem ook na de dood lukken. Vader wist dat hij een betrouwbare handlanger nodig had die hem qua immoraliteit, liefst nog zou overtreffen.

Gewetenloos
Hij liet geld en goed na aan zijn jongste zoon uit eerste huwelijk en onterfde zijn acht andere kinderen. Al snel bleek deze jongste zoon de gewetenloze evenknie van vader die hij nodig had. Alles wat deze zoon cadeau kreeg uit de boedel liet hij in eigen zak glijden en deed of dat de normaalste zaak van de wereld was, hoewel hij op zijn broederlijke plicht tot delen werd aangesproken door broer en zussen. Op het moment dat de erfenis vrijkwam, was moeder al te ziek om nog voor haar oudste zoon en dochters te pleiten. Wel had ze nog kenbaar gemaakt dat haar jongste zoon de erfenis moest delen met haar drie andere kinderen.

Voorgetrokken
Het mocht niet baten: jongste zoon beweerde van niets te weten, vond dat de anderen al ‘genoeg hadden gehad’, wat dat dan ook geweest moge zijn, en dat de oudste zoon ‘altijd was voorgetrokken’. Allemaal drogredenen, omdat hij de nagedachtenis van zijn overleden moeder niet onder ogen durfde te zien. Pas na lang aandringen door zijn oudere broer gaf hij schoorvoetend toe: ‘dat hij nu eenmaal enig kind-erfgenaam is en wij pech hebben gehad.’

Geluksgetal zeven
Jongste broer ontvangt van alle kind-erfdelen zeven maal het bedrag van de onterfden, onder aftrek van een beetje erfbelasting in 2026. Een onterfde kan dus wel aanspraak maken op een zogeheten ‘wettelijke portie’, maar heeft daar geen recht op. Het bedrag mag dan ook geen erfdeel heten en mijn enig kind-erfgenaam/broer had het recht mij mijn wettelijke portie te betwisten. Dat heeft hij niet gedaan, al dreigde hij mijn zussen tot twee keer toe met de rechter. Onder ons natuurlijk, want recht in hun gezicht durft hij dat niet te zeggen. Deze broer heb ik wel netjes zijn aandeel in moeders kleine nalatenschapje gegeven, want zo hoort dat: het komt hem toe. Ik wilde hem ermee in verlegenheid brengen, maar gewetenlozen vermurw je niet, anders waren ze niet gewetenloos.

Wordt wellicht vervolgd: in het uiterste geval op Facebook met naam en toenaam, maar dat is voor later.

avanutrecht@tekstuur.nl

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *